Student met lesopdracht
Wat houdt dat in en hoe werkt dat?
- Wat
Als je de lerarenopleiding wil combineren met een lesopdracht in een of meerdere scholen van het secundair, deeltijds kunst-, hoger of volwassenenonderwijs en je komt niet in aanmerking voor het LIO-traject, dan ben je een ‘student met lesopdracht’.
- Wanneer
Je kan doorheen het academiejaar, op elk moment, het statuut van student met lesopdracht aanvragen.
Basisprincipes
Als je de lerarenopleiding wil combineren met een lesopdracht in een of meerdere scholen van het secundair, deeltijds kunst-, hoger of volwassenenonderwijs en je komt niet in aanmerking voor het LIO-traject, dan ben je een ‘student met lesopdracht’. Dit betekent dat je als beginnende leraar je lesopdracht gedeeltelijk kan inbrengen in de lerarenopleiding. Dit gebeurt vooral in de praktijkcomponent van de opleiding. Het gaat hierbij niet om een vrijstelling van de stage-opleidingsonderdelen. Je moet de stage-opleidingsonderdelen dus nog steeds opnemen in je studieprogramma en er een credit voor behalen aan de hand van een portfolio in combinatie met de competenties die je aantoont doorheen je lesopdracht zelf.
De school waar je bent tewerkgesteld staat mee in voor jouw begeleiding, samen met de begeleiders van de lerarenopleiding: iemand van het vakdidactisch team of een coach. De begeleiding gebeurt dus enerzijds door het schoolteam, waarbij meestal op schoolniveau een mentor-coach of schoolmentor is aangesteld. Dit is doorgaans een ervaren leraar die verantwoordelijk is voor de begeleiding van startende leraren, maar die niet noodzakelijk een specialist in jouw vakgebied is. In die zin is het een must om ook collega-vakleraren van de school waar je tewerkgesteld bent, te betrekken. Anderzijds voorzien we vanuit de lerarenopleiding aanvullend in (vak)didactische begeleiding en ondersteuning of is er een coach die je leerproces zal opvolgen.
Student met lesopdracht
Om je lesopdracht in te brengen als stage vertrekken we van volgende basisvoet: een lesopdracht van 10 lesuren is het equivalent voor 1 studiepunt (sp). Om je lesopdracht voor een volledige stage in te brengen moet de omvang van je lesopdracht dus een equivalent van het aantal sp van dat opleidingsonderdeel zijn.
Bijvoorbeeld: voor de °¿°ù¾±Ã«²Ô³Ù±ð°ù¾±²Ô²µ²õ²õ³Ù²¹²µ±ð (3 sp) heb je een lesopdracht van minimaal 30 (i.c. 3 x 10 lessen) lesuren nodig. Een lesopdracht van 3 lesuren per week voor een looptijd van 10 weken zou hiervoor in aanmerking kunnen komen, maar ook een opdracht van 2 lesuren per week voor 15 weken, enz. (zie startvoorwaarden verder).
We werken dus met veelvouden van 10 lesuren om te berekenen of de lesopdracht kan ingezet worden als stage.
Je lesopdracht kan de opleidingsonderdelen uit de praktijkcomponent in onderstaande volgorde vervangen:
Enkele voorbeelden
Als je een lesopdracht uitvoert en je nog geen enkel opleidingsonderdeel van de praktijkcomponent hebt afgelegd, dan komt je lesopdracht in aanmerking om in te zetten voor de °¿°ù¾±Ã«²Ô³Ù±ð°ù¾±²Ô²µ²õ²õ³Ù²¹²µ±ð (3 sp = minimaal 30 lesuren).
Heb je nog geen enkele stage gedaan en omvat je lesopdracht minimaal 90 lesuren (= 9 sp), dan kan je deze inzetten voor zowel °¿°ù¾±Ã«²Ô³Ù±ð°ù¾±²Ô²µ²õ²õ³Ù²¹²µ±ð (3 sp), als Groeistage X (6 sp), indien je voldoet aan de startvoorwaarden​
Als je lesopdracht aanvangt nadat je al opleidingsonderdelen uit de praktijkcomponent hebt afgerond, dan start de telling vanaf het eerstvolgende opleidingsonderdeel in de lijst. Deed je bijvoorbeeld al de °¿°ù¾±Ã«²Ô³Ù±ð°ù¾±²Ô²µ²õ²õ³Ù²¹²µ±ð en Groeistage X op het moment dat je lesopdracht start, dan begint de telling vanaf punt 3 in het overzicht hierboven (Groeistage Y/X2).
De theoretische opleidingsonderdelen in het curriculum van de opleiding zijn samengesteld uit 2/3 van de studiepunten theorie en 1/3 praktijk. Als student met een lesopdracht kom je in aanmerking voor een alternatieve invulling van dit praktijkdeel. Bekijk zeker de ECTS-fiches en studiewijzers van de betreffende opleidingsonderdelen voor meer informatie en contacteer zelf de betrokken docenten indien je hier gebruik van wil maken.
Je lesopdracht inzetten als stage is enkel mogelijk als je voldoet aan de startvoorwaarden. Je vindt een toekenning en concretisering hiervan in het beslissingsdocument 'lesopdracht als stage'. Je ontvangt dit via de LIO-coördinator, nadat dit is goedgekeurd door de betrokken vakdidacticus/i.
Let op
Je houdt er het best rekening mee dat voor een aantal opleidingsonderdelen (vakdidactiek, praktijkoefeningen, oefenlessen, profileringsvak en supervisie) aanwezigheid in de lessen verplicht is. Als je uitzonderlijk niet aanwezig kan zijn, bijvoorbeeld vanwege je lesopdracht, bespreek je dit steeds vooraf met de betrokken docenten.
De combinatie van een lesopdracht en de lerarenopleiding impliceert een belangrijke persoonlijke investering. Je schat de haalbaarheid van deze combinatie het best van bij de aanvang van de opleiding goed in. Mogelijk opteer je beter voor een spreiding van je opleidingsprogramma of een beperkte lesopdracht. Lees daarom het deel ‘Wanneer kiezen voor het statuut 'student met lesopdracht'?’ nauwkeurig door.