Berekenen omvang lesopdracht als stage (aantal studiepunten)

  • Wat?
    Bij het opnemen van een lesopdracht krijg je de mogelijkheid om deze in te brengen in de opleiding in de plaats van stages die je normaal gezien apart zou moeten afleggen in het werkveld. Het gaat niet om een vrijstelling van de stage-opleidingsonderdelen, maar om een valorisatie. Je moet de stage-opleidingsonderdelen nog steeds opnemen in je studieprogramma en er een credit voor behalen aan de hand van een LIO-groeimap.

  • Wanneer?
    Je kan een lesopdracht aanvaarden doorheen het volledige academiejaar. Houd hierbij rekening met de startvoorwaarden.

De LIO-coördinator bekijkt elk individueel dossier en gaat na in welke mate de lesopdracht in aanmerking komt ter vervanging van de stage. Op basis van het ingediende dossier formuleert de LIO-coördinator een advies aan de vakdidacticus voor akkoord. 

Om een lesopdracht te kunnen inzetten als stage zijn volgende elementen van invloed: 

  • omvang en context van de lesopdracht, 
  • competenties van de student en 
  • aansluiting van de lesopdracht bij de vakdidactiek. 

Omvang en context 

Het kan gaan over een beperkte (bv. een korte interimopdracht) of een uitgebreide lesopdracht (bv. een aanstelling voor een heel schooljaar) in de tweede of derde graad secundair onderwijs (zie ook: startvoorwaarden lesopdracht als stage). Een beperkte onderwijsopdracht van 10 lesuren of een veelvoud daarvan kan meetellen om de lesopdracht in te zetten voor een klein deel van de praktijkcomponent, terwijl een uitgebreide onderwijsopdracht bijna de hele praktijkcomponent kan vervangen. 

Het is belangrijk te weten dat het geven van 10 lessen (van 50 minuten) gelijk staat aan 1 studiepunt. Een lesopdracht die kleiner is dan 10 lessen is niet (meteen) inzetbaar. Indien de lesopdracht wordt verlengd en je als student dan toch aan 10 lessen of meer komt, houden we rekening met de reeds gegeven lessen. 

Jouw competenties 

Als de vakdidacticus/i oordeelt/oordelen dat je nog niet over voldoende inzichten en vaardigheden beschikt om een lesopdracht tot een goed einde te brengen, is dit een reden om de lesopdracht niet in te zetten als stage of een toegekend (voorwaardelijk) akkoord in te trekken. Immers, in dat geval is een pre-servicestage (groeistage) aangewezen. Daar is tijdens elke stageles namelijk een vakmentor aanwezig die je op maat kan begeleiden, één op één. Dit biedt de mogelijkheid om jouw leerproces doelgericht en individueel te ondersteunen. 

De vakdidacticus zal oordelen op basis van twee lesobservaties en/of de prestaties tijdens de opleidingsonderdelen introductie vakdidactiek met praktijkoefeningen en vakdidactiek met oefenlessen. 

Aansluiting van de lesopdracht bij de gevolgde vakdidactiek 

Je bachelor- en/of (reeds afgelegde) masteropleiding bepalen je toegang tot de vakdidactiek(en). Je kan enkel aansluiten bij de vakdidactiek(en) die een bekwaamheidsbewijs geeft (geven) voor je lesopdracht indien je beantwoordt aan de instapvoorwaarden van deze vakdidactiek(en). 

Afhankelijk van de aansluiting bij de gevolgde vakdidactiek(en) zijn er de volgende mogelijkheden: 

1) Je volgt 2 vakdidactieken: je lesopdracht sluit aan bij beide vakdidactieken 

bv. student vakdidactiek Frans / Nederlands met lesopdracht Frans-Nederlands 

  • In eerste instantie bekijken we of je genoeg lessen geeft om de ëԳٱԲٲ (3 sp = 30 lessen) te vervangen. 

  • Indien je daarbovenop per vak genoeg lessen geeft, d.w.z. 60 lessen, dan kom je in aanmerking om je lesopdracht voor beide Groeistages in te zetten (6 sp elk, 60 lessen per vakdidactiek).  

  • Er kan een onevenwicht optreden tussen het aantal lesuren voor twee vakken (bv. de lesopdracht bestaat grotendeels uit lessen Nederlands en slechts enkele uren Frans) waardoor het niet mogelijk is om beide groeistages volledig te op te vangen binnen je lesopdracht. Op dat moment zal worden bekeken of je lesopdracht voor een of beide groeistages kan worden ingezet. Indien door de specifieke samenstelling van de lesopdracht slechts 1 groeistage volledig kan worden vervangen zal de andere stage (deels) via reguliere pre-servicestage dienen te worden gepresteerd. 

  • De LIO-coördinator berekent of daarbovenop de lesopdracht bijkomend nog kan ingezet worden voor het keuzevak Onderwijsproject (3 sp = 30 lessen). 

2) Je volgt 2 vakdidactieken: je lesopdracht sluit aan bij één van beide vakdidactieken 

bv. student vakdidactiek Frans / Nederlands met lesopdracht Frans 

  • In eerste instantie bekijken we of je genoeg lessen geeft om de ëԳٱԲٲ (3 sp = 30 lessen) te vervangen. 

  • Daarbovenop kom je in aanmerking om je lesopdracht in te zetten voor de Groeistage (6 sp bij het geven van 60 lessen) van de vakdidactiek die aansluit bij je lesopdracht (i.c. Frans).  

  • Voor de vakdidactiek waarvoor je geen lesopdracht hebt (i.c. Nederlands) voer je een pre-servicestage uit van 6 sp (i.c. Nederlands). Omdat je al in het onderwijs staat is deze pre-service stage beperkt tot 10 lesuren effectief lesgeven voorafgegaan door 2 observatielessen. 

  • De LIO-coördinator berekent of daarbovenop de lesopdracht bijkomend nog kan ingezet worden voor het keuzevak Onderwijsproject (3 sp = 30 lessen). 

3) Je volgt 2 vakdidactieken: je lesopdracht sluit niet aan bij de vakdidactieken 

bv. student vakdidactiek Frans / Nederlands met lesopdracht Engels  

  • Afhankelijk van het aantal lesuren dat je geeft, kan je lesopdracht 3 sp van de ëԳٱԲٲ vervangen (30 lessen). 

  • De LIO-coördinator berekent of daarbovenop de lesopdracht bijkomend nog kan ingezet worden voor het keuzevak Onderwijsproject (3 sp = 30 lessen). 

  • Je doet voor beide vakdidactieken een beperkte pre-servicestage waarbij je telkens 10 stagelessen effectief geeft voorafgegaan door 2 observatielessen. Dit komt overeen met 2 Groeistages van 6 sp.   

4) Je volgt 1 vakdidactiek en een profileringsvak: je lesopdracht sluit aan bij de vakdidactiek 

bv. student vakdidactiek wiskunde / profileringsvak ZIO met lesopdracht wiskunde 

  • In eerste instantie bekijken we of je genoeg lessen geeft om de ëԳٱԲٲ (3 sp = 30 lessen) te vervangen. 

  • Daarbovenop kom je in aanmerking om je lesopdracht in te zetten voor de Groeistages (2 maal 6 sp bij het geven van 120 lessen) van de vakdidactiek die aansluit bij je lesopdracht (i.c. wiskunde).  

  • De LIO-coördinator berekent of daarbovenop de lesopdracht bijkomend nog kan ingezet worden voor het keuzevak Onderwijsproject (3 sp = 30 lessen). 

5) Je volgt 1 vakdidactiek en een profileringsvak; je LIO-baan sluit niet aan bij de vakdidactiek 

bv. student wiskunde / Profileringsvak ZIO met lesopdracht biologie 

  • In eerste instantie bekijken we of je genoeg lessen geeft om de ëԳٱԲٲ (3 sp = 30 lessen) te vervangen. 

  • De LIO-coördinator berekent of daarbovenop de lesopdracht bijkomend nog kan ingezet worden voor het keuzevak Onderwijsproject (3 sp = 30 lessen). 

  • Eén Groeistage (6 sp) wordt ingevuld met een beperkte pre-servicestage van 10 stagelessen voorafgegaan door 2 observatielessen. Je lesopdracht kan wel worden ingezet ter vervanging van de tweede Groeistage (6 sp = 60 lessen).  

De lesopdracht kan dus worden ingezet voor volgende stage-onderdelen:  

  • ëԳٱԲٲ 

  • Groeistage X 

  • Groeistage Y of X2 

  • Onderwijsproject (Keuzevak) 

Indien de lesopdracht voor een of meer van deze stages wordt ingezet, dient de student met lesopdracht een portfolio in. Voor meer informatie over de inhoud van dit portfolio, verwijzen we naar het document ‘Richtlijnen portfolio’ (terug te vinden in de  BB-cursus).