Doctoraatsverdedigingen
Woon een doctoraatsverdediging bij of raadpleeg de voorbije verdedigingen
De institutionalisering en reproductie van taalgrenzen: Een studie naar linguïstisch nationalisme in Vlaanderen, België - Lingman Wan (21/07/2026)
Lingman Wan
- Doctoraatsverdediging: 21 juli 2026 om 10 uur
- Online
- Promotor: Ching Lin Pang
- Inschrijven voor 17 juli om de link te ontvangen
- Lees de blog:
Abstract
Deze studie richt zich op België, een federale staat die diepgaand is gevormd door taalkundige scheidslijnen. Historische analyses van de Belgische taalconflicten zijn allerminst zeldzaam. In de loop van de federalisering is het taalkundig nationalisme echter, ooit openlijk conflictueus, geleidelijk uitgekristalliseerd tot een bestuursvorm die is geordend rond het beginsel van “taal en territorium”. Taal is daarmee niet langer uitsluitend de kern van het vroegere conflict tussen Nederlandstalige Vlamingen en Franstalige Walen, maar ook de grondslag geworden voor de territoriale indeling van de staat, de organisatie van gemeenschappen en de verdeling van rechten en middelen in België. Taalgrenzen zijn op hun beurt naar voren getreden als de meest zichtbare materiële vorm van de institutionalisering van het taalkundig nationalisme. Tegen deze achtergrond stelt deze studie een centrale vraag: “Hoe maakt deze op taal gebaseerde bestuursvorm abstracte taalgrenzen in het alledaagse functioneren van Vlaanderen steeds opnieuw concreet, en hoe worden deze grenzen in de routinematige werking van de sociale micro-orde telkens bevestigd en gereproduceerd?”
Het onderzoek is verankerd in etnografisch veldwerk in Antwerpen, Vlaanderen, en volgt een kwalitatieve antropologische benadering. Op basis van interviews en participerende observatie worden narratieven van uiteenlopende maatschappelijke actoren systematisch met elkaar vergeleken. Daarnaast maakt de studie gebruik van visuele etnografie en de methode om elicitatie om het louter discursieve te overstijgen en de meervoudige mechanismen bloot te leggen waarmee taalgrenzen worden bevestigd in de fysieke ruimte, in zintuiglijke waarneming en in geleefde ervaring. De analyse ontvouwt zich op drie niveaus: publieke instellingen, het onderwijsveld en op vlak van individuele ervaring. Na de historische ontwikkeling van het intercommunautaire conflict te hebben geschetst, onderzoekt de studie eerst hoe administratieve systemen en culturele structuren het beginsel van taal en territorium in de praktijk omzetten en als maatschappelijk vanzelfsprekende orde verankeren. Vervolgens laat zij zien hoe scholen de institutionele functie op zich nemen om deze grenzen intergenerationeel te bestendigen. Ten slotte verschuift de analyse naar het microniveau van de taalgebruikers zelf en toont zij hoe individuen, binnen de meertalige realiteit van Europa, bestaande grenzen voortdurend herbevestigen via hun dagelijkse taalkeuzes en taalpraktijken.
De bevindingen tonen aan dat de Belgische taalgrens geen statische geografische scheidslijn is, maar een structurele bestuursvorm die diep in het sociale weefsel is ingebed en in de praktijk telkens opnieuw wordt geactiveerd. Op macroniveau territorialiseert en naturaliseert zij taalverschil via juridische regels, administratieve logica’s en onderwijsdispositieven. Op microniveau wordt zij voortdurend bevestigd en gereproduceerd via taalpraktijken, hulpbronnenkeuzes en alledaagse aanpassingen van individuen. Taalgrenzen zijn daarmee zowel het gestolde resultaat van de institutionalisering van het taalkundig nationalisme als een centraal mechanisme waardoor dit nationalisme in het dagelijkse bestuur van Vlaanderen blijft doorwerken. Juist in deze voortdurende cyclus verdiepen taalgrenzen de vorming van gemeenschappen langs taallijnen en bieden zij een cruciale invalshoek om zowel het alledaagse leven als de hedendaagse gedaante van de Belgische staat te begrijpen.