Hoe denken wij over GenAI?
Generatieve AI is een nieuwe realiteit die vele sectoren in de samenleving ertoe noopt om zichzelf heruit te vinden. Ook het hoger onderwijs zoekt manieren om zinvol met GenAI om te gaan. Filosofen zijn goed geplaatst om hierbij een belangrijke rol te spelen. GenAI roept immers typisch filosofische vragen op zoals ‘Wat is denken?’. Bovendien neemt het belang van kritisch kunnen denken alleen maar toe naarmate het gebruik van GenAI in de samenleving groeit.
De Bachelor- en Master-opleidingen Wijsbegeerte van de Universiteit Antwerpen zijn erop gericht om de intellectuele autonomie van studenten te ontwikkelen. Daarom creëren we als opleiding actief een GenAI-luwe leeromgeving waarin het zelfstandig en kritisch denken van studenten getraind en geëvalueerd wordt. We doen dit door bijvoorbeeld het proces in plaats van het product te evalueren, of door dialoog, gesprek en presentatie te koppelen aan schriftelijke opdrachten.
We moedigen studenten aan om te schrijven en te denken zonder de hulp van GenAI zodat het vertrouwen in hun eigen cognitieve en kritische vermogens groeit, alsook hun vaardigheid om die vermogens te gebruiken. Het trainen van deze vermogens is overigens een cruciale voorwaarde om de inhoudelijke kwaliteit van GenAI-output correct te kunnen beoordelen. Om deze redenen blijven we ons ertoe verbinden om alle studenten te leren filosoferen zonder GenAI. Bijkomend kunnen studenten, als ze daarvoor kiezen, in filosofische keuze-opleidingsonderdelen leren hoe ze GenAI op een zinvolle kritische manier kunnen inzetten voor filosofische doeleinden. Daarnaast zijn er opleidingsonderdelen waarin alle studenten leren over GenAI, dat wil zeggen over wat GenAI is en doet. Onderdeel van deze kritische reflectie is de bewustwording van de negatieve ecologische impact, de (on)betrouwbaarheid van output van GenAI, de herbevestiging en verspreiding van biases door de manier waarop GenAI functioneert en de uitbuiting van datawerkers die AI-modellen trainen.
De opleiding Wijsbegeerte ziet GenAI als een onmiskenbare realiteit, maar ook als een technologie die nog in ontwikkeling is en waar we ons dus continu toe moeten verhouden. Houdingen en praktijken in ons onderwijs worden gaandeweg uitgeprobeerd en geëvalueerd met inbreng van docenten én studenten. Want het fenomeen GenAI vraagt om kritische discussies tussen analoge en digitale generaties, tussen ‘early adopters’ en meer terughoudende types, tussen technologisch optimisme en filosofische bedachtzaamheid. Zeiden we al dat dit een goede tijd is om voor filosofie te kiezen?