Wie meer verdient, beslist? De financiële machtsverhoudingen binnen gezinnen
Voorbeeld van een masterproef TEW: Economisch beleid
Wanneer twee partners een huishouden vormen, gaan we er vaak van uit dat belangrijke financiële beslissingen samen worden genomen. Maar is dat in de praktijk ook zo? En heeft de partner die meer verdient automatisch ook meer invloed op waar het gezinsbudget naartoe gaat? Dat onderzocht TEW-student Laiba Jamil in haar masterproef aan de Universiteit Antwerpen.
Van hoorcollege naar masterproef
Laiba had al langer een brede interesse in economische ongelijkheid, maar de concrete aanleiding voor haar onderzoek ontstond tijdens een hoorcollege.
"Ik was altijd al geboeid door ongelijkheid, zowel op micro- als op macroniveau. Tijdens het vak Applied Welfare Economics maakten we dankzij professor Cosaert kennis met de economische theorie achter besluitvorming binnen huishoudens. Dat onderwerp sprak me meteen aan en ik wist onmiddellijk dat ik daarover mijn masterproef wilde schrijven."
Die theorie vertrekt vanuit het zogenaamde collectieve model, waarbij partners elk hun eigen voorkeuren hebben en voortdurend onderhandelen over de besteding van het gezinsbudget. De onderhandelingspositie van beide partners speelt daarin een belangrijke rol. Wie bijvoorbeeld financieel sterker staat, zou ook meer invloed kunnen uitoefenen op de uiteindelijke uitgaven.
Hoe onderzocht ze dat?
Voor haar onderzoek maakte Laiba gebruik van de Belgische MeqIn-dataset, een grootschalige databank waarin informatie wordt verzameld over onder meer de inkomens, uitgaven en sociaaleconomische kenmerken van Belgische huishoudens. Op basis van die gegevens onderzocht ze hoe verschillen in inkomen en opleidingsniveau tussen partners samenhangen met de manier waarop gezinnen hun geld besteden.
Daarbij werd gekeken naar uitgaven voor onder andere voeding, huisvesting, vrije tijd, vakanties en restaurantbezoeken. De verschillende uitgaven werden vervolgens onderverdeeld in twee categorieën: noodzakelijke consumptie en luxe-uitgaven.
Inkomen blijkt doorslaggevend
De analyses tonen aan dat vooral het relatieve inkomen van partners een rol speelt. Daarmee wordt bedoeld welk aandeel van het totale gezinsinkomen door elke partner wordt verdiend. Niet het absolute inkomen is dus bepalend, maar hoe de inkomsten van beide partners zich tot elkaar verhouden.
Wanneer de man een groter aandeel van het gezinsinkomen verdient, gaat een kleiner deel van het budget naar noodzakelijke uitgaven. Tegelijk zijn er aanwijzingen dat er meer wordt besteed aan luxeconsumptie, al blijken die resultaten minder overtuigend wanneer bijkomende analyses worden uitgevoerd.
Voor verschillen in opleidingsniveau tussen partners werd daarentegen geen duidelijk verband gevonden.
De resultaten wijzen erop dat de verdeling van financiële middelen binnen een gezin wel degelijk invloed kan hebben op consumptiekeuzes. Met andere woorden: wie financieel sterker staat binnen het huishouden, lijkt ook meer invloed te hebben op de manier waarop het gezinsbudget wordt besteed.
Belang van het onderzoek
Volgens Laiba reiken de inzichten uit haar onderzoek verder dan het individuele gezin.
"Economische ongelijkheid speelt zich niet alleen af tussen huishoudens, maar ook binnen huishoudens. Dat maakt dit onderzoek relevant voor iedereen die beleid rond gezinnen en welvaart beter wil begrijpen."
Die conclusie is ook interessant voor beleidsmakers. Bij het uitwerken van inkomens- of transfermaatregelen is het immers niet alleen van belang hoeveel financiële steun een huishouden ontvangt, maar mogelijk ook welke partner die middelen ontvangt. De interne machtsverhoudingen binnen gezinnen kunnen immers mee bepalen hoe dat geld uiteindelijk wordt besteed.