Opleiding

Micro-credential: Maatschappij, mobiliteit en ruimte

Lesinhoud

Deze micro-credential bestaat uit twee opleidingsonderdelen.

Maatschappij en ruimte behandelt voor ruimtelijke planning relevante theoretische inzichten in de samenhang tussen maatschappelijke en ruimtelijke processen. Het eerste deel van de cursus behandelt theorieën uit de sociale en economische geografie (inclusief stadssociologie en ruimtelijke economie) over het ontstaan, de groei en de structuur van steden en stedelijke systemen, ruimtelijke patronen van menselijke activiteiten, en thema's zoals segregatie en gentrificatie. In elk hoofdstuk is zowel aandacht voor theorieën en concepten, toepassingen als beleid. Het tweede deel is meer toegepast en behandelt de werking van vastgoedmarkten (residentieel, retail, bedrijven en kantoren) in Vlaanderen. 

Ruimte en mobiliteit behandelt de samenhang tussen ruimte en mobiliteit. Daarbij is er zowel aandacht voor maatschappelijke debatten, de belangrijkste concepten, theorieën, denkmodellen en paradigma's, diverse soorten metingen en tellingen, beleidsparadigma's (duurzame mobiliteit, 'predict and provide',...), beleidsinstrumenten (bedrijfsvervoerplannen, beprijzing,...), en (verkeerskundig) ontwerp. Naast algemene inzichten over ruimte en mobiliteit, en over hoe mobiliteitssystemen en -beleid veranderen, komen thema's aan bod zoals bereikbaarheid, toegankelijkheid, sociale inclusie en transport, capaciteit en congestie, goederenvervoer en logistiek, parking, verkeersleefbaarheid, milieu en duurzame mobiliteit en verkeersveiligheid.

Praktische organisatie

De lessen worden georganiseerd op de Stadscampus. Voor (werk)studenten is een digitaal alternatief mogelijk (syllabus, oefeningen, instructiefilmpjes, opnames) zodat ze de competenties ook kunnen verwerven wanneer ze niet alle lessen kunnen bijwonen.

Leerdoelen

In deze micro-credential staan de volgende leerdoelen centraal.

1. De deelnemer heeft kennis van en inzicht in de belangrijkste theorieën inzake de wisselwerking ruimte en mobiliteit en kan deze toepassen.

2. De deelnemer kent de belangrijkste analysetechnieken en methoden om mobiliteit te analyseren en heeft inzicht in de toepasbaarheid ervan.

3. De deelnemer kent het beleidskader en beleidsinstrumenten van het mobiliteitsbeleid (waaronder duurzame mobiliteit) op verschillende schaalniveaus en heeft een inzicht in de evolutie ervan.

4. De deelnemer kent de belangrijkste ontwerpconcepten voor infrastructuren op verschillende schaalniveaus en voor verschillende vervoersmodi en kan deze toepassen.

5. De deelnemer heeft inzicht in de belangrijkste sociaaleconomische geografische theorieën over de wisselwerking tussen ruimtelijke en maatschappelijke processen en kan actuele ruimtelijke ontwikkelingen beschrijven en verklaren vanuit deze theorieën.

6. De deelnemer heeft inzicht in de hedendaagse dynamiek op de kantorenmarkt, de retailmarkt, de markt voor industrieel en residentieel vastgoed en kan deze inzichten toepassen in functie van planningsvraagstukken.

7. De deelnemer heeft inzicht in hoe de mens gebruik maakt van het 'fysisch milieu' en heeft daarbij oog voor duurzaamheid.

Evaluatie

De evaluatie gebeurt door middel van schriftelijke examens (en beperkte opdrachten).