Abstract
Het project onderzoekt de intersecties tussen Joodse en arbeiders-emancipatie in de Duitse literatuur van 1830 tot 1860, met een focus op de revolutionaire periode van 1848/49. Door een intersectioneel kader toe te passen, analyseert het onderzoek literaire teksten van zowel Joodse als niet-Joodse auteurs en hun weergaven van de gezamenlijke strijd voor sociale en politieke gelijkheid. Het belicht hoe literatuur destijds een medium was voor empathie, kritiek en visionaire gedachten tijdens een periode van ingrijpende maatschappelijke veranderingen.
Ondanks de aanzienlijke overlap tussen deze bewegingen blijven hun literaire dimensies onderbelicht, vooral in de context van de Joodse literatuur van de 19e eeuw en haar relatie tot vroege socialistische idealen. Dit project beoogt deze lacunes op te vullen door minder bekende auteurs en werken, waaronder die van vrouwen, te onderzoeken. Deze benadering toont hoe de literatuur van die tijd discoursen over emancipatie, identiteit en saamhorigheid weerspiegelde en vormgaf.
Door deze cruciale historische periode vanuit een intersectioneel perspectief opnieuw te bekijken, levert het onderzoek niet alleen een bijdrage aan de literatuur- en Joodse studies, maar biedt het ook inzichten in bredere vraagstukken rond identiteit en diversiteit. Het project breidt het canon van de 19e-eeuwse literatuur uit en stimuleert interdisciplinaire dialoog door historische onderzoek te verbinden met hedendaagse debatten over intersectionaliteit en inclusie.
Onderzoeker(s)
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)