Onderzoeksgroep
Expertise
Onderzoek in de klinische cardiologie met focus op: - Geïntegreerde zorg voor patiënten met hart- en vaatziekten - Het opzetten van een multidisciplinaire kliniek/raadplegingen met verpleegkundig specialisten om de zorg voor patiënten (met voorkamerfibrillatie) te optimaliseren - Screening voor hartritmestoornissen - Algemene zorg en behandeling van patiënten met voorkamerfibrillatie - Educatie en informatie voor patiënten - Therapietrouw en maatregelen om deze te optimaliseren - Telegeneeskunde en mHealth - Het aanpakken van cardiovasculaire risicofactoren (systematische opsporing, behandeling en opvolging) zoals slaapstoornissen en fysieke inactiviteit - In kaart brengen van PROMs - Machine learning: vooral op data afkomstig van wearables - Medical device regulation
De Antwerp Acitivity Index (AAI) als maat voor cardiovasculaire fitheid: valorisatievoorbereiding voor breed gebruik
Abstract
Fysieke inactiviteit vormt een belangrijk volksgezondheidsprobleem en is een centrale determinant van cardiovasculaire morbiditeit en stijgende zorgkosten. Hoewel draagbare toestellen zoals smartwatches grote hoeveelheden fysiologische data genereren, blijft hun klinische bruikbaarheid voor langdurige opvolging van fysieke activiteit beperkt. Bestaande commerciële activiteitsscores zijn vaak weinig transparant, onvoldoende gepersonaliseerd, beperkt gevalideerd in gezonde- en patiëntenpopulaties, en slecht geïntegreerd in klinische workflows, waardoor de gegenereerde data voor zowel patiënten als zorgverleners weinig klinische betekenis hebben. Onze onderzoeksgroep ontwikkelde de Antwerp Activity Index (AAI) om deze lacunes op te vullen. De AAI is een op hartslag gebaseerde, fysiologisch onderbouwde activiteitsscore die continue hartslagdata van wearables vertaalt naar een interpreteerbare maat voor intensiteit van fysieke activiteit en trainingsbelasting, gepersonaliseerd op basis van de cardiovasculaire capaciteit van het individu. Ondersteund door een gevalideerde procedure om artefacten te verwijderen en een geautomatiseerde end-to-end workflow werd de AAI ontwikkeld en retrospectief geëvalueerd in cardiovasculaire en gezonde populaties, wat wijst op een sterk wetenschappelijk en klinisch potentieel. Terwijl prospectieve klinische validaties momenteel lopen of gepland zijn, belemmeren verschillende kernbarrières de verdere doorgroei richting toekomstige valorisatie. Het gaat onder meer om afhankelijkheid van één wearable-ecosysteem, het ontbreken van een overdraagbaar implementatiemodel voor zorgplatformen, en beperkte inzichten in optimale gebruikersinteractie en feedbackstrategieën. Het doel van dit IOF-POC CREATE-project is deze barrières te reduceren en de AAI voor te bereiden op toekomstige valorisatie door het genereren van de noodzakelijke technologische-, implementatie- en toepassing-gerelateerde inzichten die nodig zijn om de stap te zetten voorbij een louter onderzoek gericht opzet. Het project beoogt de AAI te brengen van TRL 2 en CRL 1–2 naar TRL 3 en CRL 3, en zo de afstand tot marktintroductie met minstens één "readiness"-stap te verkleinen. Drie complementaire doelstellingen staan centraal. Ten eerste zal multi-device compatibiliteit van de AAI-workflow worden gerealiseerd door systematische evaluatie en implementatie van toegang tot continue hartslagdata over meerdere wearable-ecosystemen heen, wat leveranciersafhankelijkheid vermindert en schaalbaarheid verhoogt. Ten tweede wordt een overdraagbaar implementatie-draaiboek ontwikkeld aan de hand van een reële zorgomgeving als demonstrator, om technische, organisatorische en regelgevende vereisten voor integratie in ziekenhuisinformatiesystemen, telemonitoringplatformen en digitale zorgoplossingen in kaart te brengen. Ten derde worden voorkeuren rond gebruikersinterface en feedbackprincipes gedefinieerd via synthese van kwalitatieve inzichten en gerichte kwantitatieve evaluatie bij eindgebruikers en zorgprofessionals, ter ondersteuning van adoptie, duurzaam gebruik en klinische relevantie. Door deze knelpunten aan te pakken vormt dit IOF-POC CREATE-project een cruciale tussenschakel tussen academische validatie en latere valorisatie. De resultaten zullen de AAI positioneren als een apparaat-onafhankelijk, implementatie-gericht en klinisch-onderbouwd framework, wat technologische en commerciële onzekerheid voor toekomstige partners aanzienlijk zal reduceren en een robuuste basis creëert voor latere licenties, strategische samenwerkingen of dienstgebaseerde implementatie binnen een realistisch tijdshorizon van 2 tot 6 jaar.Onderzoeker(s)
- Promotor: Heidbuchel Hein
- Co-promotor: Desteghe Lien
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Antwerp Activity Index (AAI): proof-of-concept voor digitale opvolging van fysieke activiteit in diverse zorgcontexten
Abstract
Onvoldoende beweging blijft wijdverspreid en leidt tot aanzienlijke, maar grotendeels vermijdbare, sterfte, ziekte en zorgkosten. Fysieke activiteit is tegelijk een van de goedkoopste en meest effectieve "medicijnen" die we kennen voor uiteenlopende doelgroepen, van hartpatiënten tot mensen in oncologische revalidatie en de eerstelijn. Toch ontbreekt het aan een betrouwbare, objectieve en gepersonaliseerde opvolging van fysieke activiteit in de thuisomgeving die patiënten motiveert en zorgverleners bruikbare informatie biedt. Onze onderzoeksgroep ontwikkelde eerder in een cardiale revalidatiecontext een geautomatiseerde workflow rond de Antwerp Activity Index (AAI), een hartfrequentie gebaseerde activiteitscore die duur en intensiteit van beweging omzet naar één begrijpelijke waarde, gepersonaliseerd op basis van iemands fysiologie. Deze VLAIO-aanvraag onderzoekt of deze workflow, met gebruik van pols gedragen fotoplethysmografie (PPG)-monitors zoals smartwatches, ook toepasbaar en haalbaar is in andere relevante doelgroepen zoals oncologische revalidatie, huisartsenpraktijken en beweegcoaching. De kerninterventie bestaat uit een korte kalibratiefase thuis met een PPG-compatibiliteitscontrole en een inspanningssessie om de maximale hartfrequentie (HRmax) te bepalen. Deze waarde is essentieel voor de AAI-berekening, omdat ze toelaat om inspanningen te beoordelen in verhouding tot iemands individuele capaciteit en dus enkel activiteiten te tellen die echt bijdragen aan de fysieke fitheid. Na de kalibratiefase volgen zes weken opvolging via de AAI-app die door onze onderzoeksgroep werd ontwikkeld. De primaire uitkomst is haalbaarheid, geëvalueerd aan de hand van vooraf vastgelegde criteria zoals voltooiing van de kalibratiefase, betrouwbaarheid van de PPG-metingen, draagtijd, geldigheid van AAI-scores, app-gebruik en het behalen van de doelwaarde van 100 AAI-punten per week. Daarnaast worden gebruikservaring, kwaliteit van leven en digitale paraatheid geëvalueerd. Het project vormt een cruciale tussenstap in het bredere valorisatietraject. Bij positieve resultaten toont deze studie aan dat AAI-opvolging haalbaar is buiten de cardiale revalidatie, waarna grootschalige effectiviteitsstudies zullen volgen om de gezondheidsimpact te onderbouwen. Op basis daarvan kan de AAI worden geïntegreerd in UZA@Home, het virtueel ziekenhuisplatform van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) voor telemonitoring en hybride zorg. Zo ontstaat een schaalbaar en duurzaam zorgpad dat aansluit bij bestaande klinische processen en dat verdere uitrol naar andere ziekenhuizen, eerstelijnsnetwerken en verzekeraars mogelijk maakt. Dit opent perspectieven voor licentie- en servicediensten en voor koppeling met commerciële wearables. De AAI biedt zo een klinisch ingebedde en economisch rendabele oplossing voor gepersonaliseerde en langdurige opvolging van fysieke activiteit in uiteenlopende zorgdomeinen.Onderzoeker(s)
- Promotor: Heidbuchel Hein
- Co-promotor: Desteghe Lien
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Gepersonaliseerd beleid op basis van nieuwe mobiele en geïntegreerde zorginstrumenten, gericht op drie factoren die de uitkomst van patiënten met voorkamerfibrillatie bepalen.
Abstract
Voorkamerfibrillatie (VKF) is een frequenter voorkomende hartritmestoornis die gepaard gaat met een hoge morbiditeit en mortaliteit. Er moet toegewerkt worden naar een VKF-zorg die alle facetten aan bod laat komen in een geïntegreerde benadering. Tegenwoordig is dat niet enkel meer een correcte ontstollingstherapie, ritme- en frequentiecontrole maar ook het aanpakken van verscheidene risicofactoren hetgeen nog te weinig gebeurt in de dagelijkse praktijk. Er is ook steeds meer inzicht in het gebruik van mobiele gezondheidstoepassingen en technieken om patiënten te ondersteunen en op te volgen. Dit postdoc project wil mobiele technologie en aanpak van risicofactoren samenbrengen en evalueren of het gebruik van "mHealth" bij de detectie, behandeling en opvolging van cardiovasculaire risicofactoren (t.t.z. overgewicht, obstructieve slaapapneu, therapietrouw) de kwaliteit van zorg van VKF patiënten kan verbeteren. Er zijn drie studies gepland in dit project: 1) Onderzoeken wat de impact is van de AF-EduApp, die gebaseerd is op gerichte educatie en geheugensteuntjes voor medicatie-inname en op de therapietrouw voor ontstollingsmedicatie. 2) Nagaan of een gestructureerd detectieen behandelingsprogramma voor obstructieve slaapapneu bij VKF patiënten, gebaseerd op mobiele technologie, een impact heeft op de frequentie VKF en slaapstoornissen. 3) Het effect nagaan van een app met een gepersonaliseerd gewichtsreductieprogramma bij VKF patiënten met overgewicht of obesitas.Onderzoeker(s)
- Promotor: Heidbuchel Hein
- Mandaathouder: Desteghe Lien
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Wetenschappelijk onderzoek in het kader van de AF-EduApp Studie.
Abstract
We willen het effect nagaan van een zelf-ontwikkelde nieuwe en innovatieve mobiele app die gericht is op intensieve gerichte educatie in patiënten met voorkamerfibrillatie. Verschillende unieke aspecten zullen geimplementeerd worden in deze applicatie: 1) de JAKQ vragenlijst zal gebruikt worden om geindividualiseerd educatie te bezorgen aan elke patiënt, gericht op de kennislacunes mbt VKF in het algemeen en specifiek mbt de behandeling van de patiënt. De feedback zal bezorgd worden via tekst, beelden en filmpjes. 2) Maatregelen om de motivatie tot correctie behandelings-adherentie te verbeteren; 3) Elementen die de zelfredzaamheid en zelfzorg van de patiënten kunnen verbeteren. Het primair eindpunt van de studie is het percentage regime adherentie (als proportie dagen met een correctie medicatie-inname), zowel in VKF-patiënten met eenmaal- als tweemaal-daagse NOAC inname, na een FU van 12 maanden. Secundaire eindpunten zijn de evaluatie van het effect van de nieuwe app op het kennisniveau van de patiënten en op hun gezondheidstoestand. Ook zal de tevredenheid van de patiënten met de nieuwe app bevraagd worden, en gecorreleerd met het gebruik van de app zelf.Onderzoeker(s)
- Promotor: Heidbuchel Hein
- Mandaathouder: Desteghe Lien
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject