Onderzoeksgroep
Leerlingen doorheen de schoolloopbaan: (Toets)instrumenten en scenario's voor het monitoren van schoolse en cognitieve vaardigheden.
Abstract
Het systematisch monitoren van cognitieve vaardigheden, leerprestaties en leerwinst van leerlingen vormt een essentieel onderdeel van (een) kwaliteitsvol onderwijs(systeem). Vanaf de start van de schoolloopbaan, bij de toegang tot de kleuterklas, tot en met de toegang tot hoger onderwijs, doorlopen leerlingen diverse ontwikkelingsfasen waarin hun cognitieve capaciteiten en schoolse prestaties op uiteenlopende manieren tot uiting (dienen te) komen. Het monitoren van de schoolse en cognitieve vaardigheden van leerlingen biedt niet alleen inzicht in individuele leerprocessen, maar vormt ook een belangrijke bron van informatie voor beleidsmakers en schoolteams. In het hedendaagse onderwijsbeleid wordt het belang van het monitoren van leerlingen doorheen de schoolloopbaan dan ook nadrukkelijk onderstreept. Monitoring vormt immers een essentiële schakel in het brede(re) kader van evaluatie en zelfevaluatie, en draagt bij aan zowel de ontwikkeling als de verantwoording van onderwijzen en leren. Hoewel ook in Vlaanderen ondertussen een breed scala aan gestandaardiseerde (toets)instrumenten beschikbaar is, ontbreekt momenteel een geïntegreerd overzicht van hun doelen, reikwijdte en onderlinge complementariteit. Deze gefragmenteerde situatie leidt mogelijk tot overlappingen of hiaten, onvoldoende afstemming, verhoogde planlast voor scholen en een suboptimaal gebruik van de beschikbare data. Tegen deze achtergrond beoogt dit project Vlaamse beleidsmakers te voorzien van onderbouwde handvatten om de monitoring van schoolse en cognitieve vaardigheden van leerlingen doorheen de hele schoolloopbaan te optimaliseren. De doelen van het project zijn drieledig. Ten eerste wordt een systematische inventaris gemaakt van de (toets)instrumenten die in Vlaanderen bestaan en gehanteerd worden om schoolse en cognitieve vaardigheden van leerlingen in kaart te brengen, vanaf de instroom in het kleuteronderwijs tot en met de overgang naar het hoger onderwijs. Ten tweede documenteert en analyseert het onderzoek hoe deze (toets)instrumenten zich tot elkaar verhouden op het vlak van design, gebruikte analysemethoden, databeheer en feedbackmechanismen. Dit levert inzicht op in overlappingen, mogelijkheden tot complementariteit en hiaten. Ten derde ontwikkelt het project toekomstscenario's voor een meer coherente en efficiënte aanpak van monitoring. Deze scenario's worden mede geïnspireerd door internationale casussen. Om na te gaan welke optimalisaties of innovaties zowel praktisch haalbaar als beleidsmatig wenselijk zijn, worden de scenario's ex ante geëvalueerd door prominente stakeholders op criteria zoals doeltreffendheid, proportionaliteit, institutionele toewijding en juridische conformiteit. Dit onderzoek genereert bijgevolg een comprehensief overzicht van (toets)instrumenten die in het Vlaamse onderwijsveld bestaan en ingezet worden om schoolse en cognitieve vaardigheden van leerlingen in kaart te brengen, inclusief hun onderlinge samenhang. Door het rapporteren van aanbevelingen draagt het bij tot de beleidsmatige voorbereiding van een geïntegreerd monitoringsysteem dat niet alleen redundantie en planlast vermindert, maar ook de bruikbaarheid en valorisatie van toetsgegevens verhoogt. Daarmee levert dit project een onderbouwde en maatschappelijk relevante bijdrage aan de verdere ontwikkeling van het Vlaamse onderwijsbeleid.Onderzoeker(s)
- Promotor: Vanhoof Jan
- Co-promotor: Vanlommel Kristin
- Co-promotor: Verhelst Dries
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Ontwikkeling meetinstrument bij impactmeting professionaliseringsaanbod Stad Antwerpen.
Abstract
Stad Antwerpen wil inzetten op het versterken van de onderwijskwaliteit in elke school van de stad, over de verschillende onderwijsnetten heen. Hiervoor lanceert Stad Antwerpen het professionaliseringsaanbod 'Effectief leren'. Dit aanbod omvat twee (complementaire) professionaliseringstrajecten 'Leesstart' en 'Effectieve scholen', waarbij het eerste zich richt op leesbevorderende vaardigheden in het kleuteronderwijs en het tweede op effectieve didactiek, klasmanagement en onderwijskundig leiderschap in het basis- en secundair onderwijs. Met dit breed en doelgericht aanbod wil stad Antwerpen schoolteams inspireren en ondersteunen in het realiseren van krachtig, kennisrijk en effectief onderwijs. Om de kwaliteit en het reële bereik van elk professionaliseringstraject op te volgen en na te gaan of de vooropgestelde doelstellingen gerealiseerd worden, wil stad Antwerpen inzetten op een systematische en doorgedreven evaluatie. De vraag naar hoe deze trajecten ervaren worden en wat ze in de praktijk teweegbrengen, is immers cruciaal om diverse actoren, zoals stad Antwerpen als opdrachtgever, de professionaliseringspartner en deelnemende participanten en scholen, te informeren. Via deze informatie kunnen zij verdere beslissingen informeren over de inhoud of vorm van het professionaliseringstraject en over hoe veranderingen in de praktijk bewerkstelligd kunnen worden. Tegen deze achtergrond richt dit project zich op de vraag hoe de kwaliteit en effectiviteit van de beide professionaliseringstrajecten binnen het professionaliseringsaanbod 'Effectief leren' in kaart kunnen worden gebracht. Dit project beoogt daartoe als startpunt de ontwikkeling van een wetenschappelijk onderbouwd en praktisch inzetbaar instrumentarium dat bruikbaar is om zowel een brede als trajectspecifieke evaluatie te realiseren. Dit instrumentarium moet toelaten om het proces en resultaat van beide professionaliseringstrajecten op een valide, betrouwbare en contextgevoelige manier te evalueren, en zo een solide empirische basis te bieden voor verdere beleidsmatige en praktijkgerichte geïnformeerde besluitvoering. Daarbij wordt niet alleen aandacht besteed aan de percepties en ervaringen van participanten van beide professionaliseringstrajecten, maar eveneens aan hun gedragingen en gedragsveranderingen. Tevens wordt voorzien dat het instrumentarium bruikbaar is voor niet-participerende onderwijsprofessionals, ten einde interventie-effecten te kunnen detecteren. Om de bekomen empirische inzichten beter te kunnen interpreteren en verklaren, werden bovendien relevante contextuele factoren geïntegreerd die de waargenomen processen en resultaten kunnen beïnvloeden.Onderzoeker(s)
- Promotor: Vanhoof Jan
- Co-promotor: Vanlommel Kristin
- Co-promotor: Van Mieghem Aster
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Valideringsstudie van de Vragenlijst Besluitvorming Leerkrachten.
Abstract
Achtergrond De kwaliteit van het leerkrachtenoordeel beïnvloedt de mate waarin onderwijs gelijke en excellente onderwijskansen kan bieden aan alle leerlingen. Een belangrijke voorwaarde is dat leerkrachten leerlingen eerlijk beoordelen, vrij van vooroordelen of beslissingsfouten. In een maatschappij met een groeiende diversiteit worden leerkrachten geconfronteerd met een superdiverse leerlingenpopulatie met uiteenlopende culturen, thuissituaties of talenten. Indien leerkrachten te sterk op hun intuïtief oordeel vertrouwen dat vaak gebed is in een traditioneel referentiekader, bestaat het gevaar dat leerlingen niet terecht komen in het onderwijstraject dat aansluit bij hun competenties. Hoewel leerkrachten vaak grote autonomie hebben bij het nemen van beslissingen die een invloed uitoefenen op het onderwijstraject van leerlingen, is er weinig theorie die inzicht geeft in hoe leerkrachten hun leerlingen beoordelen. Op basis van een longitudinaal kwalitatief doctoraatsonderzoek ontwikkelden we een theoretisch model dat erg geschikt bleek om de besluitvorming van leerkrachten te onderzoeken, rekening houdend met het samenspel tussen rationele en intuïtieve processen, en dat mogelijke beslissingsfouten in kaart brengt. Rationele processen zijn doelgericht en systematisch, waarbij een probleem wordt gediagnosticeerd en data wordt verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd aan de hand van vooraf bepaalde, objectieve criteria. Intuïtieve processen bestudeerden we als spontane herkenning van signalen gebaseerd op ervaringen uit het verleden, zonder een doelgerichte en systematische analyse van data. Onze resultaten toonden aan dat intuïtieve processen een grote invloed uitoefenen op de eindbeslissing. We vonden ook aanwijzingen dat stereotypering en selffulfilling prophecies ervoor zorgen dat leerlingen naar een lagere studierichting georiënteerd worden. Doel Gezien de grote impact van het leerkrachtenoordeel op het onderwijstraject van leerlingen en de vaststelling dat heel wat beslissingen overwegend intuïtief genomen worden en mogelijk onderhevig zijn aan beslissingsfouten die de onderwijskansen van leerlingen in gevaar brengen, is het belangrijk om dit theoretisch model grootschalig te valideren. Door het ontwikkelen en valideren van een vragenlijst op basis van deze inzichten kan de kwaliteit van het leerkrachtenoordeel op grote schaal worden onderzocht, met als doel de kwaliteit van overgangsbeslissingen in het leerplichtonderwijs te verhogen. In de internationale onderzoeksgemeenschap is er bovendien grote vraag naar een vragenlijst die de rationale en intuïtieve processen van het leerkrachtenoordeel in kaart brengt. Belang BOF KP Dit startbudget geeft mij de kans om de resultaten van mijn doctoraatsonderzoek te valideren, internationale samenwerkingsverbanden aan te gaan en toekomstige onderzoekslijnen uit te werken. De gevalideerde vragenlijst is bovendien belangrijk voor een grootschalig onderzoeksproject waarvoor een FWO-aanvraag wordt gedaan.Onderzoeker(s)
- Promotor: Vanlommel Kristin
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject