Onderzoeksgroep
Expertise
Mijn expertise ligt op het gebied van moderne Duitse literatuur en joodse studies. Ik onderzoek literaire en esthetische constellaties in de periode van de Verlichting tot nu. In mijn promotieonderzoek analyseerde ik vertogen over de herinnering aan de Shoah in literatuur en audiovisuele media. Ik heb mijn habilitatie gewijd aan de betekenis van vriendschap voor de Duitstalige literatuurgeschiedenis. Mijn methodologische expertise ligt dan ook op het gebied van discoursanalyse en de studie van literatuur in relatie tot zowel culturele als sociologische contexten. Mijn onderzoek richt zich ook op Duits-joodse literatuurgeschiedenis, de relatie tussen literatuur en migratie, intersectionaliteit en genderonderzoek. Auteurs waar ik intensief aan heb gewerkt zijn onder andere G. E. Lessing, Moses Mendelssohn, Rahel Levin Varnhagen, Clemens Brentano, Heinrich Heine, Fanny Lewald, Therese von Bacheracht, Louise Aston, Berthold Auerbach, Gustav Freytag, Karl Wolfskehl, Stefan George, Walter Benjamin, Gertrud Kolmar, Wolfgang Hildesheimer, Alfred Andersch, Hannah Arendt, Jean Améry, Imre Kertész, Primo Levi, Ruth Klüger, Robert Schindel, Doron Rabinovici, Esther Dischereit, Katja Petrowska, Olga Grjasnowa en Sasha Marianna Salzmann.
De verbeelding van vriendschap in de Duitse en Engelse jeugdliteratuur
Abstract
Vriendschap is een centraal thema in de jeugdliteratuur, met talrijke beroemde vrienden die zowel in klassiekers als in hedendaagse titels opduiken. Desondanks ontbreekt het momenteel aan systematisch onderzoek naar vriendschap in kinderboeken. De studie van vriendschap vindt haar oorsprong in de sociologie en is pas recent opgekomen als een dynamisch onderzoeksgebied binnen de cultuurwetenschappen, met toonaangevende publicaties van historica Barbara Caine (2009), filosoof Alexander Nehamas (2010) en literatuurwetenschapper Andree Michaelis-König (2023). In tijden van polarisatie krijgt het vermogen om betekenisvolle en wederkerige banden met andere mensen aan te gaan, verschillen te overbruggen en conflicten op te lossen een bijzondere pedagogische betekenis. Dit doctoraatsproject steunt op concepten en theorieën uit de vriendschapsstudies om te analyseren hoe vriendschap in praktijk wordt gebracht in een selectie van Engelse en Duitse kinderboeken. Met narratieve analyse, close reading en discoursanalyse als belangrijkste methoden zoekt het project een antwoord op de volgende onderzoeksvragen: welke praktijken typeren vriendschap in de jeugdliteratuur? Wie wordt vrienden met wie? Welke invloed hebben leeftijd, geslacht, ras, klasse en religie op de manier waarop vriendschappen worden beleefd? Hoe worden verschillen tussen vrienden overbrugd en conflicten opgelost? Welke contextuele factoren (ruimte, rol van volwassenen, historische periode, nationale context, genre, leeftijd van het doelpubliek, etc.) beïnvloeden de manier waarop fictieve vriendschappen worden vormgegeven? Welke functie heeft vriendschap voor de personages, de plot en de impliciete lezer? De focus van het project op de verbeelding van vriendschap sluit aan bij de behoefte vandaan om in te spelen op "ideeën van verbondenheid, wederzijdse afhankelijkheid en actieve netwerken" (Fuchs & Cosgrove 2024). Hierdoor speelt het in op de noodzaak om die we zine in de filosofie, pedagogie en literatuurwetenschap.Onderzoeker(s)
- Promotor: Michaelis-König Andree
Onderzoeksgroep(en)
Financiering
- BOF
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Intersecties van Joodse en arbeidersemancipatie in 19e-eeuwse Duitse teksten (1830-1860): affiniteiten en verschillen in revolutionaire tijden.
Abstract
Het project onderzoekt de intersecties tussen Joodse en arbeiders-emancipatie in de Duitse literatuur van 1830 tot 1860, met een focus op de revolutionaire periode van 1848/49. Door een intersectioneel kader toe te passen, analyseert het onderzoek literaire teksten van zowel Joodse als niet-Joodse auteurs en hun weergaven van de gezamenlijke strijd voor sociale en politieke gelijkheid. Het belicht hoe literatuur destijds een medium was voor empathie, kritiek en visionaire gedachten tijdens een periode van ingrijpende maatschappelijke veranderingen. Ondanks de aanzienlijke overlap tussen deze bewegingen blijven hun literaire dimensies onderbelicht, vooral in de context van de Joodse literatuur van de 19e eeuw en haar relatie tot vroege socialistische idealen. Dit project beoogt deze lacunes op te vullen door minder bekende auteurs en werken, waaronder die van vrouwen, te onderzoeken. Deze benadering toont hoe de literatuur van die tijd discoursen over emancipatie, identiteit en saamhorigheid weerspiegelde en vormgaf. Door deze cruciale historische periode vanuit een intersectioneel perspectief opnieuw te bekijken, levert het onderzoek niet alleen een bijdrage aan de literatuur- en Joodse studies, maar biedt het ook inzichten in bredere vraagstukken rond identiteit en diversiteit. Het project breidt het canon van de 19e-eeuwse literatuur uit en stimuleert interdisciplinaire dialoog door historische onderzoek te verbinden met hedendaagse debatten over intersectionaliteit en inclusie.Onderzoeker(s)
- Promotor: Michaelis-König Andree
- Mandaathouder: Vandeweyer Lorenza
Onderzoeksgroep(en)
Financiering
- BOF
Project type(s)
- Onderzoeksproject