Geneeskunde en Gezondheids­wetenschappen

MaNaMa specialistische

master in de specialistische geneeskunde

De master in de specialistische geneeskunde wil artsen-specialisten vormen die over de adequate kennis en vaardigheden beschikken om hoogwaardige patiëntenzorg te verlenen binnen hun specialisatiedomein. En dit op een economisch verantwoorde manier en rekening houdend met de sociale en ethische aspecten van de medische praktijk. De opleiding komt tegemoet aan de wettelijke bepalingen voor de erkenning van artsenspecialisten, die een minimum aantal uren (academische) opleiding in communicatie met patiënten en in evidence-based medicine opleggen aan de kandidaat-specialist.

Wetgeving

Transversale erkenningscriteria arts-specialisten

De transversale criteria bepalen de wettelijke regelgeving omtrent de erkenning van alle arts-specialisten en zijn dus specialisme-overschrijdend. Afhankelijk van het tijdstip waarop de ASO zijn/haar opleiding heeft aangevat, is een ander MB met betrekking tot de transversale criteria voor erkenning van toepassing. Aangezien de MSG de invulling van het academische luik van de opleiding tot arts-specialist is, worden hieronder slechts de wettelijke bepalingen uiteengezet die een directe invloed hebben op de plaats van de academische opleiding in de opleiding tot arts-specialisten.

 

Voor ASO’s die hun stageplan vóór 23 april 2014 aanvingen (in de regel zijn dit de ASO’s die in of voor het academiejaar 2013-2014 hun opleiding tot arts specialist aanvingen) zijn het KB van 16 maart 1999[1] (Wet Colla) en het MB van 30 april 1999[2] [DvK1] van toepassing. Zij moeten om erkend te worden kunnen aantonen met vrucht een specifieke universitaire opleiding gevolgd te hebben en deze opleiding moet gelijktijdig hebben plaatsgevonden met de eerste twee jaar van hun beroepsvoorbereidende opleiding. Verdere inschrijving in een academische opleiding is wettelijk gezien niet verplicht voor erkenning. De opleidingsverantwoordelijken van de MSG raden de ASO’s van deze cohorte echter wel aan om de MSG over het gehele opleidingstraject te volgen.

 

Voor de ASO’s met een stageplan vanaf 23 april 2014 (in de regel zijn dit de ASO’s die in of na het academiejaar 2014-2015 hun opleiding tot arts specialist aanvingen) geldt ook dat zij moeten kunnen aantonen dat zij met vrucht een specifieke universitaire (ofwel academische) opleiding gevolgd hebben die tegelijkertijd heeft plaatsgevonden met de eerste twee jaar van hun beroepsvoorbereidende opleiding (KB 16 maart 1999[3]). Er is echter een ander MB op hen van toepassing (MB 23 april 2014[4]). Daarin wordt bepaald dat de ASO tegelijkertijd een theoretische (ofwel academische) en praktische (ofwel beroepsvoorbereidende) opleiding moet volgen die onlosmakelijk verbonden zijn. De theoretische opleiding moet erop gericht zijn om kennis, vaardigheden en attitudes aan te leren die de ASO toelaten de rol van geneesheer, van wetenschapper, van communicator en van manager te vervullen en de praktische opleiding moet erop gericht zijn de theoretische verworvenheden toe te passen in werkelijke omstandigheden. Om als arts-specialist erkend te kunnen worden moeten de ASO’s van deze cohorte aan het einde van hun opleiding aantonen over de gehele duur van de beroepsvoorbereidende opleiding theoretisch (ofwel academisch) te zijn opgeleid in de vier hierboven vermelde rollen. Aangezien de MSG is geënt op de vier rollen (medicus, wetenschapper, communicator en manager) en over de gehele duur van de beroepsvoorbereidende opleiding gevolgd kan worden, is het afronden van de MSG de meest logische keuze voor ASO’s om invulling te geven aan het academische luik van hun opleiding. Wettelijk gezien is er echter niet vastgelegd dat specifiek het volgen van de MSG verplicht is om erkend te kunnen worden. Er werden gesprekken aangeknoopt met het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid om de plaats van de MSG binnen de erkenningscriteria verder te expliciteren.

 

Daarnaast bepaalt het MB van 23 april 2014[5] dat ASO’s op het einde van hun opleiding geslaagd moeten zijn voor een eindtoets in de afstudeerrichting. Deze eindtoets moet samengesteld en beoordeeld worden door een paritair samengestelde jury (met zowel universitaire als niet-universitaire juryleden). Tevens moeten zij op het einde van hun opleiding hun competentie om een wetenschappelijke analyse uit te voeren aantonen door middel van een ‘door peers gevalideerde’ wetenschappelijke publicatie. De Hoge Raad interpreteert ‘een door peers gevalideerde publicatie’ als een ‘publicatie in een gezaghebbend, peer reviewed tijdschrift’.

 

De opleidingsverantwoordelijken raden ook ASO’s van deze cohorte sterk aan om de MSG over het gehele opleidingstraject te volgen. Via interuniversitair overleg wordt getracht om de invulling van de MSG steeds zoveel als mogelijk te doen aansluiten bij het wettelijk kader rond erkenning, zodat het voor ASO’s een evidentie wordt om de MSG te volgen om invulling te geven aan het theoretische luik van hun opleiding. Zo wordt bijvoorbeeld interuniversitair gewerkt aan een voorstel rond de bewijslast van bovengenoemde erkenningsvereisten. Dit voorstel wordt momenteel binnen het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid besproken. Het voorstel houdt in dat wanneer een ASO de MSG afrondt, de theoretische opleiding in de vier rollen, automatisch bewezen is. Deze zijn immers geïntegreerd in de MSG. Indien een ASO ervoor kiest om de MSG niet te volgen, dan zou de bewijslast voor deze erkenningscriteria bij de ASO liggen. Het volgen van de MSG zou daardoor de enige wijze zijn waarop ASO’s er op voorhand vanuit kunnen gaan dat zij op een sluitende manier invulling geven aan deze erkenningscriteria.

 

[1] Zie 19: 16 MAART 1999. – Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor erkenning van geneesheer-specialisten en van huisartsen.

[2]

[3] Zie 19: 16 MAART 1999. – Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor erkenning van geneesheer-specialisten en van huisartsen.

[4]

[5]

 

 [DvK1]Dit MB werd opgeheven, vanwege vervanging door MB 2014. Deze is dus niet meer terug te vinden op ejustice.just.fgov.be. () Vandaar verwezen naar een andere website.