BDSM
“Aan BDSM kleeft onterecht een stigma"
Elise Wuyts (Ƶ) legde de biologie achter BDSM bloot
Een runner's high of toch liever een stomend BDSM-spel? Bij allebei gieren stress- en plezierhormonen door de aderen. Maar enkel op het laatste rust een taboe. Onterecht én niet zonder gevolgen, meent doctoraatsonderzoekster Elise Wuyts (Universiteit Antwerpen). “In de huidige handboeken psychiatrie staat BDSM nog steeds vermeld als aandoening.”
Het acroniem BDSM omvat een waaier aan begrippen, zoals bondage en discipline (BD), dominantie en submissie (oftewel onderdanigheid) (DS) en sadisme en masochisme (SM). Een onderzoek van Ƶ uit 2017 bij 1028 Vlamingen toonde aan dat bijna de helft (46,8%) van de ondervraagden zich al eens waagde aan een BDSM-activiteit.
“BDSM is een erg breed concept, maar bevat meestal een dynamiek waarin pijn en machtsverschillen een grote rol spelen”, vertelt doctoraatsonderzoekster en psychiater Elise Wuyts (Ƶ). “Vaak wordt BDSM gelinkt aan seks, al hoeft dat niet altijd zo te zijn. Ondanks de sterke link met pijn ervaren BDSM-beoefenaars de activiteit als plezierig of opwindend.”
Pijn en plezier
Dat ogenschijnlijke contrast blijkt ook uit het onderzoek van Wuyts. “We bestudeerden twee testgroepen: de submissieve of onderdanige BDSM-beoefenaars en de dominante BDSM-beoefenaars. Beide groepen werden voor en na het spel gescreend op de aanwezigheid van stress- en plezierhormonen in hun bloed. Bij de onderdanige beoefenaars stelden we een significante stijging van zowel stress- als plezierhormonen in het bloed vast. Sterker nog: de plezierreactie bleek duidelijk samen te hangen met de stressreactie.”
Ook de pijndrempels van de BDSM'ers vielen Wuyts op. “Over het algemeen ligt hun pijndrempel hoger dan die van niet-beoefenaars. Opvallend was dat de pijndrempel van onderdanigen na BDSM-interacties nog hoger lag. Opnieuw spelen de hormonen hier een rol. Maar ook de context waarbinnen de pijn plaatsvindt, is van belang. We weten dat BDSM-beoefenaars tijdens een rollenspel pijn anders benaderen. Ze relativeren het pijngevoel.”
Taboesfeer
De hormonale respons van BDSM-beoefenaars lijkt op de roes die hardlopers ervaren na een fysieke inspanning. Ook extreme sporten of pikant eten lokken gelijkaardige lichaamsreacties uit. Het cruciale verschil: aan BDSM kleeft wel een stigma. Veel beoefenaars schamen zich volgens Wuyts tegenover de buitenwereld. “In enquêtes gaven BDSM'ers aan dat ze worstelen met een zogenaamd 'geanticipeerd stigma'. Ze verwachten dat anderen hun gedrag zullen afkeuren als ze er open over zijn.”
De vragenlijst toonde aan dat niet alleen seksuele relaties die afwijken van de norm – zoals BDSM – met stigma's kampen. Ook minderheden op het vlak van seksuele oriëntatie (holebi's), romantische relaties (polyamorie) en gender (trans personen) krijgen op hun manier met vooroordelen te maken. Trans personen komen uit het onderzoek naar voren als de meest kwetsbare groep.
DSM-5
De survey van Wuyts toont aan hoe normafwijkend gedrag, zoals BDSM, nog steeds naar de taboesfeer wordt verdrongen. En dat is niet zo onschuldig als het lijkt. “Binnen een psychiatrische context weten we dat patiënten die aan BDSM doen soms terughoudend zijn om daarover te praten. Ze vrezen als 'ziek' bestempeld te worden.”
Die vrees is niet ongegrond. “In de meest actuele versie van de DSM-5 – hét handboek voor psychiatrische aandoeningen – vind je BDSM terug in de lijst met stoornissen. Als we het taboe rond BDSM willen doorbreken, moet niet alleen de maatschappij, maar ook de medische wereld haar blik bijstellen”, besluit de onderzoekster.