Lopende projecten
Integratie van sociale en ecologische criteria voor het herstellen van PFAS-vervuilingen (INSERT).
Abstract
INSERT heeft tot doel om de maatschappelijke context en de duurzaamheid te bestuderen van diverse (innovatieve) saneringstechnieken, met een focus op PFAS. Dit zowel in comparatief opzicht, bv. in cases waar keuzes moeten worden gemaakt over de technieken die zullen worden ingezet, als voor de technieken op zichzelf. We beogen de ontwikkeling van een geharmoniseerd evaluatiekader voor de duurzaamheid van nieuwe saneringstechnologieën, om al bij de ontwikkeling van nieuwe saneringstechnologieën advies te kunnen geven over hoe deze verder ontwikkeld kunnen worden tot hun meest duurzame configuratie. Daarnaast voorzien we een evaluatie van de huidige gangbare kaders en procedures voor de afweging van de technische, economische, milieu- en sociale impact van saneringsprojecten, bekijken we hoe de nieuwe technieken scoren volgens deze procedures en waarom, en doen we suggesties om het beoordelingsproces te optimaliseren.Onderzoeker(s)
- Promotor: Bergmans Anne
- Co-promotor: Compernolle Tine
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project website
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Zorgen voor morgen: werken aan een duurzame uitvaartzorg in een superdiverse samenleving.
Abstract
Een van de dingen die de Covid19-pandemie heeft getoond is het belang maar ook de kwetsbaarheid van de uitvaartsector. De sector is klein maar belangrijk aangezien ieder lid van de samenleving er ooit mee in aanraking komt. Des te opvallender was het relatieve gebrek aan media-aandacht of sociale steun voor de sector tijdens de pandemie. Deze observatie vormde de kiem voor een nader onderzoek naar problemen waarmee de sector worstelt, die verder reiken en langer teruggaan dan de Covid19-pandemie. Culturele veranderingen en verschuivingen in onze samenleving impliceren wijzigende, steeds diversere en individuelere uitvaartwensen. Verdere professionalisering van de uitvaartsector in Vlaanderen vraagt om een samenwerking van cultuursociologisch, juridisch, ethisch en ecologisch onderzoek. Dit interdisciplinair project dat tot stand kwam op vraag van en in samenwerking met de Vlaamse en Belgische uitvaartsector zal resulteren in wetenschappelijke vooruitgang op 4 gebieden: een meer volledig en meer coherent juridisch kader voor de omgang met dode lichamen (een herziening van de wet op de lijkbezorging), een analyse en voorstel tot tegemoetkoming van de begrafenisnoden in een superdiverse samenleving (met een bijzondere focus op de moslimgemeenschap als grootste minderheidsgroep in België), een ethische totaalreflectie vanuit de zorgethiek op de milieu-impact van onze begrafeniskeuzes, een analyse van de impact van het pandemie-beleid op de uitvaartsector en een protocol voor uitvaart tijdens/na catastrofes. De maatschappelijke finaliteit van het project bestaat in het onderzoeken en initiëren van professionaliseringsmogelijkheden (zoals een ethische commissie voor de uitvaartsector, academische modules voor de opleiding tot begrafenisondernemer) alsook initiatieven om het sociale debat rond begrafeniskeuzes te faciliteren (met o.a. een artikel op VRT NWS en Radio 1 over wijzigende tendenzen en noden in de uitvaartsector, en een podcast over de ethiek van de uitvaart).Onderzoeker(s)
- Promotor: Schaubroeck Katrien
- Co-promotor: Bellinkx Vincent
- Co-promotor: Hens Kristien
- Co-promotor: Kostet Imane
- Co-promotor: Van Assche Kristof
- Co-promotor: Van de Velde Sarah
- Co-promotor: Vansweevelt Thierry
- Co-promotor: Verschraegen Gert
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Demand-side maatregelen ter bevordering van welzijn en vermindering van de ecologische voetafdruk.
Abstract
Om de klimaatverandering te beperken is een snelle vermindering van de broeikasgasuitstoot nodig. Ondanks de focus op de aanbodzijde, zijn deze maatregelen onvoldoende om de beoogde reductie van het klimaatakkoord van Parijs tijdig te realiseren. Het laatste IPCC-rapport benadrukt het potentieel van maatregelen aan de vraagzijde, zoals veranderingen in consumptiepatronen. Deze kunnen een aanvulling vormen op de huidige maatregelen aan de aanbodzijde, waardoor de uitstoot tegen 2050 met 40-70% kan worden verminderd. De relatie tussen consumptie en welzijn is niet eenduidig. Consumptiecorridors bieden een minimumniveau voor menselijke behoeftevervulling en een maximumniveau waarboven consumptie niet duurzaam is. Hoewel sommige consumptiecorridors al berekend werden, beperken deze zich meestal tot één enkel consumptieproduct dat één specifieke behoefte vervult. Het is ook onduidelijk welke maatregelen beleidsinstrumenten nodig zijn om binnen deze consumptiecorridors te komen. In het DEER-project zullen de effecten van maatregelen aan de vraagzijde op het menselijk welzijn worden geanalyseerd vanuit een milieu, sociaal, economisch en beleidsperspectief. Hiervoor worden eerst de verschillende menselijke behoeften gekoppeld aan de benodigde producten/diensten, met gevalstudies die focussen op thermisch comfort en mobiliteit in Vlaanderen. Ten tweede worden hun consumptiecorridors gekwantificeerd. Ten derde zullen toepasselijke maatregelen aan de vraagzijde worden geïdentificeerd en zal hun impact op de koolstof- en materiaalvoetafdruk van de geselecteerde behoeftewaardeketens worden berekend. Daarnaast wordt voor de geselecteerde maatregelen ook de economische en sociale impact geanalyseerd, inclusief de voorkeuren van consumenten. Ten slotte zullen de maatregelen aan de vraagzijde worden ingepast in beleidsinstrumenten en policy mixes die een optimale milieueffectiviteit combineren met minimale ongewenste neveneffecten , resulterend in specifieke beleidsaanbevelingen.Onderzoeker(s)
- Promotor: Van Passel Steven
- Co-promotor: Bachus Kris
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Samenwerking voor onderzoeksexcellentie in duurzame ontwikkeling (TWIN2SUSTAIN)
Abstract
Cyprus is een hotspot van de klimaatcrisis waarvan de gevolgen lokaal intenser en moeilijker te beheersen zijn. De klimaatverandering in de Oostelijke regio van het Middellandse Zeegebied, het Midden-Oosten en Noord-Afrika (EMMENA) is daarom het onderwerp geweest van uitgebreid onderzoek. Dit onderzoek ging echter niet op voldoende wijze in op de maatschappelijke aspecten van klimaatverandering in de EMMENA-regio die onder het veld Duurzame Ontwikkeling (SD) vallen. Hoewel UCY zeer actief is op relevante onderzoeksgebieden van duurzame ontwikkeling en in het bijzonder water, hernieuwbare energie en oceanografie, is het UCY er niet in geslaagd de sociaal-economische aspecten van onderzoek naar duurzame ontwikkeling aan te pakken. Het wordt in het SD-onderzoek eerder gefragmenteerd gepositioneerd door onderzoeksteams te betrekken bij relevante projecten en ondernemingen, maar niet op een gecoördineerde manier, waardoor belangrijke onderzoeksonderwerpen momenteel sporadisch en zonder samenhang worden aangepakt. Deze kloof beperkt zich niet tot aan klimaatverandering gerelateerde terreinen, maar ook tot andere aspecten van duurzame ontwikkeling, zoals gendergelijkheid, innovatierecht, wetenschapsdiplomatie en economische ontwikkeling, armoedebestrijding en inkomensongelijkheid. Het TWIN2SUSTAIN-project heeft tot doel deze leemte in dit cruciale onderzoeksgebied aan te pakken door een partnerschap te faciliteren met twee geavanceerde partners op het gebied van duurzame ontwikkeling, UNU-MERIT en UANTWERP, om in een multidisciplinaire context alle gerelateerde onderzoeksactiviteiten aan de Universiteit van Brussel te bevorderen en te consolideren. Cyprus (UCY), met nadruk op de sociaal-economische aspecten van SD. Deze visie zal worden gerealiseerd door het aanvragen van een Horizon Europe/Twinning-subsidie, in samenwerking en onder auspiciën van de Onderzoeks- en Innovatiedienst van UCY en met veel verschillende academische afdelingen en onderzoekseenheden van UCY. Door UCY te koppelen aan deze internationaal toonaangevende partners op het gebied van SD, zal TWIN2SUSTAIN uitmuntend onderzoek en de internationale zichtbaarheid van UCY stimuleren, terwijl de netwerkefficiëntie en innovatie op dit groeiende en zeer belangrijke gebied worden verbeterd.Onderzoeker(s)
- Promotor: De Boeck Gudrun
- Co-promotor: Cools Jan
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Bodem beschermen met planten: Onderzoek naar fytoremediatie voor het opruimen van PFAS.
Abstract
Per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS) zijn synthetische verontreinigende stoffen die op grote schaal worden gebruikt in verschillende industriële en consumentenproducten, waardoor ze op grote schaal voorkomen in het milieu en organismen. Gezien de risico's voor de menselijke gezondheid en de aanzienlijke ecologische impact van PFAS-verontreiniging in de bodem, is sanering noodzakelijk. PFAS hebben echter een hoge persistentie, wat een aanzienlijke uitdaging vormt voor effectieve sanering. De huidige technieken richten zich alleen op geselecteerde verbindingen, zijn duur, invasief en niet efficiënt in terrestrische omgevingen. Eerdere studies hebben aangetoond dat planten PFAS kunnen accumuleren, wat fyto-extractie als een veelbelovende alternatieve bodemsaneringsmethode suggereert. Toch blijft de kennis over factoren die de opname van PFAS door planten beïnvloeden beperkt en richt het huidige onderzoek zich voornamelijk op afzonderlijke plantensoorten. Het doel van dit project is het identificeren van algemene plantenkenmerken die de opname van PFAS beïnvloeden en optimale bodemomstandigheden voor een dergelijke opname. Verder zullen we het potentieel van regenwormen (Lumbricus terrestris) beoordelen om het saneringspotentieel van landplanten te verhogen. Deze doelstellingen zullen worden nagestreefd door experimenten in kassen en gevalideerd door veldexperimenten in de buurt van verschillende met PFAS vervuilde locaties en onder verschillende klimatologische omstandigheden. Dit onderzoek zal bijdragen tot een beter begrip van de biologische beschikbaarheid van PFAS in bodems voor planten en de ontwikkeling van kosteneffectieve en duurzame saneringsstrategieën voor met PFAS verontreinigde bodems.Onderzoeker(s)
- Promotor: Bervoets Lieven
- Co-promotor: Bergmans Anne
- Co-promotor: Groffen Thimo
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Dynamische, geïntegreerde evaluatiemethodes voor de duurzame ontwikkeling van de ondergrond. Het Kempisch bekken.
Abstract
Het Kempisch Bekken is een unieke, geologische locatie in Vlaanderen die meer en meer in overweging genomen wordt voor toepassingen die bijdragen aan klimaatdoelen en energiezekerheid. De ruimte in de ondergrond is echter beperkt, wat leidt tot concurrerende toepassingen. Om beleid voor het beheren van interfererende activiteiten in de ondergrond (nadelig of gunstig) te vormen en indien nodig te prioriteren, is het essentieel om methoden te creëren voor de hydro-geologische karakterisering van deze interacties, waarbij ook rekening wordt gehouden met de bijhorende bovengrondse effecten. We bundelen de expertise van (inter)nationale hydro-geologische onderzoekseenheden om dynamische, gekoppelde modellen voor de ondergrond te ontwikkelen die simulaties op grote schaal mogelijk maken, terwijl ze voldoende accuraat blijven op het niveau van een enkele activiteit, en die rekening kunnen houden met geologische onzekerheid. We zullen deze methode integreren in methoden uit de milieueconomie en sociale wetenschappen om inzicht te krijgen in (i) indicatoren voor duurzame ontwikkeling van de ondergrond, (ii) bovengrondse milieu-, economische en sociale effecten, (iii) en hoe modelresultaten transparant te maken. Deze methode laten toe drempelwaarden te bepalen waaraan moet worden voldaan om de hydro-geologische, ecologische, economische en sociale criteria te respecteren om te komen tot een duurzaam beheer van de ondergrond in België en daarbuiten. Stakeholders uit de publieke en private sector en de lokale gemeenschap worden betrokken bij het onderzoek om inzicht te krijgen in hun perceptie van een duurzame en rechtvaardige ontwikkeling van het Kempisch Bekken. Kennis wordt overgedragen op maat van de belanghebbenden zodat zij (i) kunnen komen tot een structurele visie op de duurzame ontwikkeling van het Kempens Bekken, (ii) interacties tussen activiteiten kunnen reguleren en beheren, en (iii) het gebruik van de ondergrond kunnen afstemmen op duurzaamheidsdoelstellingen.Onderzoeker(s)
- Promotor: Compernolle Tine
- Co-promotor: Audenaert Amaryllis
- Co-promotor: Bergmans Anne
- Co-promotor: Buyle Matthias
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
CLIMATEFIT - Veerkrachtige klimaatfinanciering en investeringstaskforces
Abstract
Er moet sneller actie worden ondernomen om onze steden en omgevingen aan te passen aan de onvermijdbare gevolgen van klimaatverandering. Klimaat adaptieve investeringen moeten worden opgeschaald. Publieke budgetten zullen onvoldoende zijn om aan de financieringsuitdaging van klimaatadaptatie te beantwoorden. Financiering van de private sector zal ook nodig zijn. CLIMATEFIT draagt bij aan het overbruggen van de financieringskloof voor klimaatadaptatie door publieke overheden capaciteiten bij te brengen die nodig zijn om verschillende publieke en private financieringsbronnen aan te trekken, en door private financieringsinstellingen capaciteiten bij te brengen om te investeren in duurzame projecten. CLIMATEFIT zal experimenteren in 20 gebieden in Zuid-, Oost- en Noordwest-Europa om daar de weg in te slaan naar klimaatbestendigheid. Het onderzoek start met het inventariseren van barrières en faciliterende factoren in het huidige investeringslandschap van klimaatadaptatie. CLIMATEFIT zal een innovatieve handleiding ontwikkelen die helpt financiering van klimaatadaptatie op te schalen door middel van innovatieve financiële mechanismen en business cases. Dit gebeurt door 1) het mee ontwerpen van 20 innovatieve investeringsstrategieën die helpen financieringsbronnen te identificeren; 2) het ontwikkelen van 10 geloofwaardige en opschaalbare investeringsplannen die helpen om financieringsstromen te faciliteren en investeringsconcepten te definiëren; 3) het opzetten van 4 rendabele pilootprojecten op maat gemaakt voor 4 gebieden uit het project. CLIMATEFIT zal trajecten uitwerken voor financieringsinstellingen om financieringsstromen voor klimaatadaptatie te versnellen, om aangepaste methoden te testen voor het belonen van klimaatinvesteringen, en om slimme oplossingen voor klimaatfinanciering toe te passen. Verder zullen er lokale taskforces worden opgericht bestaande uit overheden en private financieringsinstellingen die een systematische en duurzame aanpak voor financiering zullen voorstellen. Geleid door WCF zal dit consortium kennis creëren, meewerken aan oplossingen voor overheden en private actoren, en de EU informeren over duurzame financiële beleidsvormen voor klimaatadaptatie. Tot sloot beoogt CLIMATEFIT om klimaatfinanciering in Europa een boost te geven door het consolideren van de kennis in de lokale taskforces, en door het promoten en opschalen van de resultaten in Europa door middel van een online 'One Stop Shop', een marketplace waarop alle tools en informatie wordt verzameld.Onderzoeker(s)
- Promotor: Coppens Tom
- Co-promotor: Compernolle Tine
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project website
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Klimaatneutrale landbouw door duurzame koolstofsequestratie (C-Farms).
Abstract
Gekoppelde milieu-, techno-economische en sociale effectbeoordeling van de verschillende Negatieve emissietechnologieën (NET's) die in C-Farms worden gebruikt. Grootschalige NET-implementatie zal alleen plaatsvinden als techno-economische, energetische, ecologische en sociale barrières worden overwonnen. We zullen de economische en energetische levensvatbaarheid, de milieu- en sociale effecten op een geïntegreerde manier beoordelen door middel van een beoordeling op meerdere criteria.Onderzoeker(s)
- Promotor: Van Passel Steven
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Afgelopen projecten
Behoud van biodiversiteit gedragen door de lokale gemeenschap in de Rusizi-vlakte Burundi (RUBICOM)
Abstract
Nationale parken in Afrika zijn essentieel om de megafauna, de bijbehorende biodiversiteit en het landschap te beschermen. Daarom beperken parkautoriteiten het gebruik van natuurlijke hulpbronnen door lokale gemeenschappen om illegale landinname, stroperij en ecosysteemdegradatie te voorkomen. Toch leiden de aanhoudende armoede en de behoefte aan natuurlijke hulpbronnen voor hun levensonderhoud tot conflicten 1) tussen lokale gemeenschappen en parkautoriteiten, en 2) tussen mensen en wilde dieren. Het RUBICOM-project wil de basis leggen voor een kennisgedreven, duurzaam samenleven van mens en dier in de vlakte van de Rusizi rivier in Burundi, met de nadruk op aquatische en wetland-ecosystemen. Behoud van biodiversiteit die gedragen wordt door de lokale gemeenschap vereist een sterkere focus op het optimaliseren van behoudsinspanningen die synergieën tussen biodiversiteit en ecosysteemfuncties maximaliseren, en lokale gemeenschappen die kunnen profiteren van de ecosysteemdiensten die de wetlands leveren (bijv. voor drinkwater, vis, medicinale planten, weerstand tegen droogte, bescherming tegen overstromingen). Het project richt zich op de biodiversiteit in wetlands, en meer specifiek op het nijlpaard als een belangrijke of 'vlaggenschipsoort' voor behoud. Het nijlpaard is een belangrijke soort die bepalend is voor de primaire productie van het ecosysteem, de waterkwaliteit en de biodiversiteit van planten, maar is ook het meest direct betrokken bij conflicten tussen mens en biodiversiteit, wat vaak leidt tot directe confrontaties en verwondingen. Het doel van het project is om een basislijn vast te stellen voor de biodiversiteitsstatus in de regio en om meer inzicht te krijgen in de perceptie van mensen over conflicten tussen mens en wild en de mogelijkheden voor biodiversiteitsbehoud dat door de gemeenschap wordt ondersteund. Dit kan als basis dienen voor het ontwikkelen van oplossingen voor een meer op de gemeenschap gebaseerd biodiversiteitsbeheer en het creëren van lokaal verankerde kenniscentra die deze op de gemeenschap gebaseerde biodiversiteitsstrategieën verder versterken, wat ook essentieel is voor het ontwikkelen van toekomstige strategieën voor aanpassing aan klimaatverandering. Wetlands spelen een sleutelrol in de ontwikkeling van een klimaatbestendige toekomst voor de gemeenschap.Onderzoeker(s)
- Promotor: Schoelynck Jonas
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Leerstoel SDG transitie.
Abstract
In deze leerstoel wordt de Provincie Antwerpen begeleid in het proces om de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (SDG's, Sustainable Development Goals) door te voeren. Een intensief participatietraject is opgezet om te bepalen welke SDG indicatoren het best passen bij de interne bedrijfsvoering, hoe ze provincie de grootste impact op de SDG's kan realiseren en hoe de impact kan gemeten en opgevolgd worden.Onderzoeker(s)
- Promotor: Van Liedekerke Luc
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Het bieden van operationele economische beoordelingsmethoden en -praktijken voor geïnformeerde besluitvorming in klimaat- en milieubeleid (PATTERN)
Abstract
De algemene doelstelling van het PATTERN-project is het verbeteren van het vermogen van beoefenaars om beslissingen te nemen op het gebied van klimaat en milieu door een platform te ontwikkelen voor de economische beoordeling van beleid en maatregelen. Om deze algemene doelstelling te bereiken, zal het project een operationele geïntegreerde economische beoordelingsbenadering ontwikkelen (WP3 en 4), richtlijnen leveren om ex-post en ex-ante analyses te overbruggen (WP1), een effectief participatief proces bouwen en demonstreren vanTheories of Change (WP2), creëren een Europese praktijkgemeenschap voor klimaat- en milieubeleidsvorming (WP6) en creëren van een one-stop-shop waar alle beleidsmakers en besluitvormers gemakkelijk toegang hebben tot de projectresultaten en deze gemakkelijk kunnen gebruiken. PATTERN zal besluitvormers, belanghebbenden en het publiek dus meer realistische en operationele mogelijkheden bieden om hun beleid en de gevolgen ervan systematisch te beoordelen. Het zal een basis bieden voor het verbeteren van (i) methodologieën, technieken en modellen voor het uitvoeren van economische beoordeling van klimaat- en milieubeleid (ii) het bredere beleidsevaluatiekader en de praktijken die momenteel worden gebruikt in Europese landen en hun regio's en (iii) analyse en betrokkenheid op maat strategieënstructuren voor participatie en co-creatie met relevante belanghebbenden en sleutelactoren om de operationele capaciteit te versterken en de impact van Europees beleid op klimaat en milieu te verbeteren. Over het algemeen zullen de resultaten die zijn verkregen uit een grondige ex-post en ex-ante analyse van de 5 casestudy's van het PATTERN nieuw bewijs opleveren over de effectiviteit van verschillende soorten regelgevingsstrategieën, -instrumenten en -benaderingen voor klimaat- en milieubeleid en inzichten voor het ontwerp en evaluatie van de uitvoering van relevant Europees beleid.Onderzoeker(s)
- Promotor: Van Passel Steven
- Co-promotor: Bjornavold Amalie
- Co-promotor: Compernolle Tine
- Co-promotor: Cools Jan
- Co-promotor: Van Schoubroeck Sophie
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
De natuur terugbrengen - biodiversiteitsvriendelijke, op de natuur gebaseerde oplossingen in steden (BiNatUr).
Abstract
Het BiNatUr-project zal de rol van biodiversiteit onderzoeken en de verbanden met regulerende ecosysteemdiensten (ES) in stedelijke op aquatische natuur gebaseerde oplossingen (aquaNBS). Het algemene doel is het verbeteren van de planning, de bouw, het herstel en het beheer van aquaNBS, ter ondersteuning van de transformatie naar klimaatslimme, biodiversiteitvriendelijke en duurzame steden. BiNatUr zal zich expliciet richten op vier belangrijke onderzoeksvragen: - Hoe worden biodiversiteit en ES van aquaNBS beïnvloed door sociale, ecologische en technologische factoren? - Verschilt dit tussen steden in verschillende regio's van Europa? - Hoe beïnvloedt biodiversiteit de regulerende ES die door aquaNBS worden geleverd? - Hoe kan stadsplanning de biodiversiteit en regulerende ES van aquaNBS effectief ontwerpen, beheren en monitoren?Onderzoeker(s)
- Promotor: Schoelynck Jonas
- Co-promotor: Staes Jan
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Leerstoel Warmtenetten.
Abstract
De stad Antwerpen heeft de ambitie om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn. De uitrol van stadsverwarmingsnetten kan steden helpen om koolstofneutraliteit te bereiken door b.v. restwarmte in de omgeving van de stad verbinden met de gebouwen in de stad. In dit project worden enkele openstaande onderzoeksvragen met betrekking tot de uitrol- en planningsfase van dergelijke netwerken behandeld. Bijzondere aandacht wordt hierbij besteed aan de robuustheid van de planning aangezien de omstandigheden gaandeweg veranderen, zowel met betrekking tot vraag, aanbod als met betrekking tot infrastructurele beperkingen en kansen. Op korte termijn zal een hoge-temperatuurnet gekoppeld aan een hogetemperatuur industriële afvalwarmtecentrale mogelijks de grootste impact hebben in een historische stad als Antwerpen, op langere termijn kunnen echter lage-temperatuurnetten interessanter worden om tot een mature verwarmingsmarkt te komen waarbij meerdere warmteleveranciers kunnen deelnemen en om een hogere algehele efficiëntie te bereiken. Naast het onderzoek naar planning, is de ambitie van dit project het overbruggen van de kloof tussen praktijk en academisch onderzoek, ter ondersteuning van beleid en uitrol van toekomstbestendige stadsverwarmingsnetwerken. Deze leerstoel wordt gefinancierd door Fluvius en de stad Antwerpen.Onderzoeker(s)
- Promotor: Verhaert Ivan
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
- Onderwijsproject
Versnellen en opschalen van transformationele klimaatadaptatie in Europa: demonstratie van water-gerelateerde innovatiepakketten (TransformAr).
Abstract
De gevolgen van klimaatverandering voor mensen, welvaart en planeet zijn alomtegenwoordig, maar ongelijk verdeeld, zoals wordt gesteld in de nieuwe Klimaatadaptatiestrategie van de EU. Om klimaatgerelateerde risico's te verminderen, zijn de Europese Commissie en het IPCC het erover eens dat een institutionele en maatschappelijke transformatie nodige is. Het TransformAr-project heeft tot doel producten en diensten te ontwikkelen en te demonstreren om een grootschalige transformatie door te voeren en te versnellen in kwetsbare regio's en gemeenschappen in Europa. De 6 TransformAr demonstratieprojecten staan voor een gemeenschappelijke uitdaging: watergerelateerde risico's en effecten van klimaatverandering. Op basis van bestaande succesvolle initiatieven zal het project in 6 gebieden oplossingen en trajecten, geïntegreerd in innovatiepakketten, ontwikkelen, testen en demonstreren. Transformationele trajecten, inclusief een geïntegreerde risicobeoordelingsaanpak, worden mede ontwikkeld door middel van 9 modulaire blokken voor transformationele adaptatie. Een set van 22 geteste, actiegerichte adaptieve oplossingen wordt getest en gedemonstreerd. De oplossingen omvatten Natuur-gebaseerde oplossingen, innovatieve technologieën, financierings-, verzekerings- en bestuursmodellen, bewustmakings- en gedragsveranderende oplossingen. Het projectteam, geleid door Universiteit Antwerpen, bestaat uit 22 partners uit 11 landen. Een susbtantiële toename van maatschappelijke veerkracht en een versnelling van de nodige transformaties zal worden bevorderd door het clusteren van verschillende investeerders, het testen van financierbare oplossingen, en het definiëren van een (niet-)commerciële exploitatiestrategie voor de TransformAr oplossingen, producten en diensten.Onderzoeker(s)
- Promotor: Van Passel Steven
- Co-promotor: Cools Jan
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project website
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Stadsgerichte aanpak om natuurgebaseerde oplossingen te katalyseren via het EU Regenerative Urban Lighthouse for pollution alleviation and regenerative development (UPSURGE).
Abstract
Klimaatverandering is een van de belangrijkste wereldwijde uitdagingen waar de mensheid voor staat, die vooral steden aangaat. Stedelijke gebieden spelen een cruciale rol: ze concentreren 80% van de wereldproductie, verbruiken 70% van de beschikbare energie en zijn de grootste vervuilers, maar zijn ook de belangrijkste scenario's voor sociale innovatie (Seto et al., 2017). Belangrijke internationale initiatieven, zoals Horizon Europe en de Europese Green Deal, hebben als doel het bevorderen van een systemische verandering en transformatie van steden om tegen 2030 klimaatneutraliteit te bereiken (EC, 2020). UPSURGE biedt een nieuw ontwikkelingsmodel voor steden dat is gebaseerd op op de natuur gebaseerde oplossingen voor het renoveren van stedelijke ruimten om de uitdaging van de koolstofvoetafdruk en de luchtvervuiling in steden aan te gaan. UPSURGE overbrugt de kloof tussen de bestaande kennis gebaseerd op Natuur Gebaseerde Oplossingen en hun stapsgewijze praktische implementatie voor de regeneratieve ontwikkeling van steden gericht op het verminderen van luchtvervuiling en klimaatneutraliteit. Om Europese steden in dit proces te helpen, zal USURGE een stedelijk regeneratief vuurtoren van de EU bieden dat zal dienen als referentiekader en referentienetwerk om het gebruik van NBS te versnellen, over te dragen en op te schalen en ze te mainstreamen in de agenda van stedelijk beleid door middel van co-creatie en co-design processen met burgers en andere belanghebbenden. UPSURGE zal probleemgerichte NBS leveren, samen met ondersteunende digitale en bestuurlijke oplossingen voor de regeneratie van stedelijke ruimten, die worden ingezet en getest in vijf real-life demonstratiesteden in Europa (Belfast, Breda, Boedapest, Katowice en Maribor). De rol van ¶¶Òõ¶ÌÊÓÆµ in UPSURGE is gericht op het kwantificeren en modelleren van stedelijke ecosysteemdiensten die worden geleverd door groene en blauwe infrastructuur in steden. Door de toepassing van verschillende modelbenaderingen op reële casestudies, zullen de belangrijkste ecosysteemdiensten die door deze implementaties worden geproduceerd worden geïdentificeerd en gekwantificeerd, alsook hun relevantie en impact om aan lokale behoeften te voldoen en klimaatuitdagingen aan te gaan, worden erkend. Op basis van deze resultaten zullen efficiënte en kleinschalige stedelijke NBS-interventies worden onderzocht om grijze infrastructuren te verrijken in het leveren van ecosysteemdiensten om aan bestaande lokale behoeften en eisen te voldoen.Onderzoeker(s)
- Promotor: Staes Jan
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project website
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Onderzoek naar de financiering van het Toekomstverbond door middel van de oprichting van een Werkbank Financiering.
Abstract
De werkbank Financiering heeft een tweeledige doelstelling. Het eerste doel van de werkbank is om inzicht te krijgen in de globale financieringsvraag en het financieringsaanbod voor de Antwerpse regio. De vraag naar financiering komt voort uit de geïnventariseerde projecten uit het toekomstverbond waarvoor nog geen financiële engagementen zijn genomen. Deze vraag wordt afgezet tegen enerzijds de financieringscapaciteit van de betrokken overheden, en anderzijds de mogelijkheden voor alternatieve financiering en inkomsten. Het tweede doel van de werkbank is om inzicht te krijgen in de maatschappelijke kosten en baten van de projecten binnen het toekomstverbond die nog niet tot het beslist beleid behoren, alsook onzekerheden die een invloed kunnen hebben op de kosten en baten doorheen de tijd. De aandacht ligt daarbij in de eerste fase op de overkappingsprojecten, waarna de ontwikkelde methode verder kan worden uitgerold op de andere projecten binnen het toekomstverbond. De onzekerheden en ontwikkelings-opties worden in kaart gebracht m.b.v. een beslissingsboom, om te onderzoeken welk ontwikkelingspad in verwachting de hoogste maatschappelijke netto-baat kan opleveren, rekening houdend met andere projecten of factoren die een invloed kunnen hebben op de overkappingsprojecten.Onderzoeker(s)
- Promotor: Compernolle Tine
- Co-promotor: Coppens Tom
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Verkennend onderzoek m.b.t. de oprichting werkbank financiering van het Toekomstverbond.
Abstract
Evaluatie van bestaande documenten die voor verschillende deelprojecten en leefbaarheidsprojecten in de omgeving van de Antwerpse ring de verwachte kosten en effecten kwantificeren. Voorstelling van een gestructureerd overzicht van de informatie die beschikbaar is. Stakeholder analyse en interviews om de verwachtingen m.b.t. de oprichting van een werkbank financiering in kaart te brengen. Opstellen van een plan van aanpak voor een dergelijke werkbank.Onderzoeker(s)
- Promotor: Compernolle Tine
- Co-promotor: Coppens Tom
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Reële opties voor reële stedelijke projecten.
Abstract
Met dit onderzoeksmandaat zal ik een innovatieve aanpak ontwikkelen voor besluitvorming in complexe ruimtelijke projecten (CRPs) – bv. transportinfrastructuur en stedelijke ontwikkeling – en (stads)planning, gebaseerd op de economische reële optietheorie (ROT). In tegenstelling tot het statische rationale model en de "predict and control" aanpak, biedt de reële optie benadering een flexibele manier om met onzekerheden om te gaan door middel van flexibiliteitsopties die projectaanpassingen toestaan. Dit maakt projecten meer adaptief en dynamisch in een steeds veranderende omgeving. Omwille van de kloof tussen de ROT en de plannings- en ontwerppraktijk is de toepasbaarheid en praktische waarde van reële opties vandaag nog beperkt. Redenen hiervoor zijn de kwantitatieve complexiteit en het gebrek aan interactie met actuele besluitvorming. Door verschillende stakeholders in het onderzoek te betrekken en gebruik te maken van pilootprojecten voor de toepassing van reële opties in Vlaanderen zal ik onderzoeken welke methodes gepast zijn om de reële optietheorie af te stemmen op de noden van besluitvormers, planners, ontwerpers, enz. Doorheen dit project worden (I) kennislacunes opgelost in de bestaande literatuur over adaptieve planning en ontwerp, CRPs en de ROT. Daarnaast wordt (II) een reële opties-gebaseerd en gebruiksvriendelijk kader (tools, methoden, modellen) ontwikkeld om als flexibele en adaptieve benadering in planning, ontwerp en besluitvorming gebruikt te worden.Onderzoeker(s)
- Promotor: Coppens Tom
- Co-promotor: Compernolle Tine
- Mandaathouder: Machiels Thomas
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project website
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Kleine steden minder afhankelijk maken van subsidies: een integrale beoordelingswijze om het ontwikkelen van functionele business modellen voor stedelijke groene infrastructuur te ondersteunen.
Abstract
In onze wereld vandaag wordt de impact van de klimaatverandering jaar na jaar duidelijker. Stedelijke gebieden zijn het meest gevoelig voor dergelijke impacten en herbergen tegelijk 80% van de mensen in Europa. Als gevolg van de hoge urbanisatiegraad worden steden dichter en wijder, met een omgekeerd effect op de hoeveelheid groen en natuur. Desondanks hangen wij als mensen af van de diensten die de natuur ons biedt. Het is dan ook paradoxaal dat op de plaatsen waar we leven, de aanlevering van ecosysteemdiensten bijna gelijk is aan nul. Als een antwoord op klimaatverandering, de menselijke noden en de dalende biodiversiteit, werd het concept van stedelijke groene infrastructuur geïntroduceerd. Door te investeren in bv. groene daken/muren, doorlaatbare voetpaden, tuinen, parken, etc. kunnen we steden klimaatadaptief maken en tegelijk menselijk welzijn en biodiversiteit verbeteren. Toch zien we dat kleine steden vooralsnog niet investeren in dergelijke projecten, tenzij met subsidies. Omdat de exacte economische en ecologische waarde niet gemeten worden, genieten investeringen in 'grijze' infrastructuur, met een tastbare economische waarde de voorkeur. Om de barrières die groene infrastructuur tegenhouden te doorbreken, ontwikkelen we met dit onderzoek een integrale beoordelingswijze dat steden zal ondersteunen om dergelijke investeringen met hun budget te maken, zonder subsidies. Dit bevat multidisciplinaire waarderingsmethodes, financieringsmogelijkheden en beleidsadvies.Onderzoeker(s)
- Promotor: Van Passel Steven
- Co-promotor: Cools Jan
- Mandaathouder: Van Oijstaeijen Wito
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Reële opties voor reële stedelijke projecten.
Abstract
Dit interdisciplinair project wil een innovatieve aanpak ontwikkelen voor ontwerp en besluitvorming in complexe ruimtelijke projecten (CRP) en (stads)planning – gebaseerd op de economische reële optietheorie (ROT). Een reële optie aanpak biedt een flexibele manier om met dynamische onzekerheden om te gaan en om projecten aan te passen aan een dynamische en steeds veranderende omgeving. CRP zijn grootschalige projecten (bv transportinfrastructuur) met een hoge investeringskost, een lange doorlooptijd en meerdere publieke/private actoren. Beleidsmakers moeten met veel onzekerheden en risico's omgaan in CRP. Private en sociale kosten en baten voorspellen is moeilijk omdat verschillende onzekerheden er een impact op kunnen hebben. Onzekerheden managen is daarom een belangrijke taak in project management. Conventionele methodes die besluitvorming in CRP steunen zijn hier echter gebrekkig en statisch voor. De kosten-batenanalyse (KBA) en het milieueffectenrapport (MER) houden niet voldoende rekening met hoe onzekerheden voorspellingen kunnen beïnvloeden die resulteren in verschillende toekomst scenario's. conventioneel risicobeheer tracht risico's en onzekerheden zo veel mogelijk te elimineren door het vermijden, negeren, reduceren of doorschuiven van risico's. In negen op tien projecten worden kosten onderschat en/of worden baten overschat. De afgelopen twintig jaar wordt de ROT steeds meer naar voren geschoven als een alternatieve en flexibele aanpak in domeinen als energieplanning en (transport)infrastructuur. De ROT integreert de concepten van onomkeerbare besluitvorming, onzekerheid en flexibiliteit in de analyse van besluitvorming. ROT beschouwt flexibiliteitsopties ("reële opties") als waardevol om met meerdere onzekerheden om te gaan. Niet elke beslissing moet – vaak gebaseerd op verkeerde voorspellingen – in een vroege projectfase gemaakt worden. Flexibiliteitsopties voor beslissingen open houden daarentegen kan een project helpen beter aan te passen aan mogelijke veranderingen in de toekomst. Dit vereist het identificeren en opvolgen van onzekerheden en risico's – eerder dan ze vermijden – samen met het identificeren van flexibiliteitsopties om met onzekerheden om te gaan. De ROT is een kwantitatieve aanpak die methoden en modellen gebruikt om de waarde van deze flexibiliteitsopties te berekenen, als ook het bepalen van de optimale timing (scenario) om opties uit te voeren. Het helpt niet enkel projecten beschermen tegen mogelijke verliezen, maar staat ook toe om de toevoegde waarde van strategische en beter gebalanceerde beslissingen te verzilveren. Reële optie toepassingen in planning en ontwerp zijn echter zeer beperkt. Bovendien staat het theoretische potentieel en de toenemende academische populariteit in schril contrast met de beperkte praktijkwaarde, resulterend in een kloof tussen reële opties theorie en planning en ontwerp. Wij identificeerden drie bronnen voor deze kloof in onze review paper over reële optietoepassingen in (transport)infrastructuur: (I) vereenvoudigen van cases leidt tot een vereenvoudiging van de complexe realiteit en het negeren van meerdere onzekerheden en flexibiliteitsopties; (II) kwantitatieve reële optie methoden vereisen (geavanceerde) wiskundige kennis die vaak ontbreekt in besluitvorming; en (III) reële optie toepassingen tonen geen interactie met actoren in de praktijk. Hoe kan de kloof tussen reële optie theorie en planning en ontwerp worden overbrugd? Hoe kan de ROT worden omgevormd tot praktisch relevante methoden en tools voor CRP en planningsprocessen? Onze doelstelling is om een op ROT gebaseerd kader te ontwikkelen in samenwerking met experts en actoren van CRP in Vlaanderen – voor adaptieve planning dat toelaat om onzekerheden en flexibiliteitsopties in CRP beter te identificeren, beoordelen, managen en monitoren. Dit kan besluitvorming en planningspraktijken in Vlaanderen verbeteren, door CRP meer robuust en flexibel te maken in een dynamische en complexe realiteit.Onderzoeker(s)
- Promotor: Coppens Tom
- Co-promotor: Compernolle Tine
- Mandaathouder: Machiels Thomas
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Reële opties voor reële stedelijke projecten.
Abstract
In dit interdisciplinaire project ontwikkelen we een conceptueel kader om om te gaan met risico's en onzekerheden bij complexe stedelijke projecten, gebaseerd op de reële opties theorie uit de economie. Ontwerpers en besluitvormers van stedelijke projecten worden geconfronteerd met een hoge mate van onzekerheid. De tijd tussen ontwerp en uitvoering kan immers meerdere decennia bedragen, waardoor stedelijke ontwerpen aanpasbaar en flexibel moeten zijn. Nochtans worden risico's en onzekerheden in de praktijk vaak genegeerd, afgezonderd of geminimaliseerd. De Nobelprijs winnende theorie van de reële opties biedt een nieuwe en formele benadering rond risico en onzekerheden. In de plaats van risico's te beschouwen als een bedreiging, beklemtoont de theorie de waarde van verschillende soorten van onzekerheden. Op basis van de inzichten uit de reële opties, wensen we een conceptueel raamwerk en aanpak te ontwikkelen voor complexe stedelijke projecten. We passen dit toe op de overkapping van de ring te Antwerpen.Onderzoeker(s)
- Promotor: Coppens Tom
- Co-promotor: Compernolle Tine
- Mandaathouder: Machiels Thomas
Onderzoeksgroep(en)
Samenwerkingsverband(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject