Een litteken genezen?
âEen litteken tekent mijn levenâ. âIk voel me gevangen in mijn eigen lichaamâ. âAlle mensen kijken naar mijâ. âIk ben andersâ. âIk kan mezelf niet meer bekijken in de spiegelâ. âHet ziet er niet uitâ. Woorden uitgesproken door patiĂ«nten.
Fibrose- en pathologische littekenvorming zijn een vaak voorkomende complicatie na brandwonden, trauma of geplande chirurgische ingrepen. (1) Littekens kunnen zorgen voor pijn, jeuk, functionele beperkingen, angst en depressie. Dit kan leiden tot een verminderde kwaliteit van leven voor de patiënt. Diepere huidletsels, die tot het dermis reiken, kunnen pathologische littekens veroorzaken.
Andere factoren zoals ongecontroleerde mechanische belasting, langdurige inflammatie en infectie kunnen hiertoe ook bijdragen. Onder pathologische littekens verstaan we o.a. hypertrofe en keloĂŻd littekens. Deze littekens zijn felrood, dikker, minder elastisch, pijnlijk en ge ven vaak jeuk. (2)
Hoe ontstaan (die) âdikkereâ littekens? Eenmaal de huidbarriĂšre niet meer intact is start er een wondhelingsproces, bestaande uit verschillende fases. Deze verschillende fases gaan samen met de activering van cellulaire processen. Bepaalde eiwitten zorgen voor de aanmaak van nieuw weefsel. Ze trekken de wondranden naar elkaar toe. Deze eiwitten moeten voldoende krachtig zijn zodat er wondsluiting kan plaatsvinden. Eenmaal de wonde gesloten is verdwijnen deze eiwitten verdwijnen. (3) In ongecontroleerde omstandigheden blijven deze eiwitten geactiveerd en zorgen ze voor die dikke, rode en contractiele littekens. Ondanks dat de wonde dicht is, blijven deze geactiveerd en blijven ze kracht uitoefenen op het litteken. (4)
Kunnen we dit voorkomen? Wij, kinesitherapeuten, kunnen in dit proces een gecontroleerde mechanische belasting uitoefenen en hierdoor de wonde of het litteken op een gunstige manier beĂŻnvloeden. Mechanische belasting kan een proces van mechanotransductie activeren, waarbij uitwendige mechanische stimuli worden omgezet in bepaalde interne chemische signalen. (5) Dit kan gunstige effecten hebben op het litteken. (6) Er zijn heel wat verschillende uitwendige mechanische interventies binnen de littekenbehandeling die dit proces kunnen activeren. Hieronder vallen bijvoorbeeldlittekenmassage, shockwave therapie, vacuĂŒmmassage, mobilisatie en taping. (7)
Oplossing gevonden? In deze studie wordt de nadruk gelegd op slechts één type mechanische interventie, m.n. Extracorporeale shockwave therapie. Hiervan willen we het onderliggend mechanisme onderzoeken. Het is reeds bewezen dat ESWT goede effecten heeft op de subjectieve eigenschappen van het litteken zoals bijvoorbeeld soepelheid en roodheid. Het onderliggend mechanisme van ESWT en de behandelingsmodaliteiten (intensiteit en frequentie) tijdens de verschillende fases van littekenvorming zijn nog steeds onduidelijk. Daarnaast onderzoeken we hoeveel mechanische belasting nu precies nodig is om een normaal littekenvorming te bekomen.
Ten slotte onderzoeken we of veranderingen in subjectieve kenmerken zoals pijn, kleur, dikte, soepelheid en kwaliteit van leven, geassocieerd zijn met veranderingen op cellulair niveau van het litteken.
In deze studie willen we de focus leggen op het onderzoeken van huidbiopten bij post-chirurgische littekens. Door huidbiopten van menselijke dermale littekens te nemen is het mogelijk om op een gecontroleerde manier het mechanisme van mechanotransductie op cellulair niveau te onderzoeken. Verder willen we ons focussen op postchirurgische littekens van één bepaalde regio. Hierdoor wordt de regio van het litteken onder controle gehouden.
Deze studie vormt de brug tussen enerzijds de fundamentele kennis van mechanotransductie op cellulair niveau en anderzijds de toepassing van mechanotherapie tijdens littekenbehandeling (in ESWT). Door dit mechanisme te onderzoeken wordt het mogelijk om een meer gestandaardiseerd behandelprotocol rond ESWT bij littekens op te stellen.
Ik zou denken, dit is de oplossing en een ideaal protocol uitschrijven en we zijn klaar. Waarom werd dit dan niet eerder onderzocht? Gaandeweg botste ik op heel wat moeilijkheden en valkuilen. Het moeilijkst zijn de invasieve metingen. Artsen willen hieraan meewerken, maar wil en zal de patiĂ«nt hieraan deelnemen? Willen en zullen patiĂ«nten voor deze studie een huidbiopt laten nemen? âŠ.
âLot Demuynck â
Referenties
1. Ngaage M, Agius M. The psychology of scars: A mini-review. Psychiatr Danub. 2018;30:S633â8.
2. Äoma M, FröhlichovĂĄ L, Urban L, ZajĂcÄk R, Urban T, Szabo P, et al. Molecular changes underlying hypertrophic scarring following burns involve specific deregulations at allwound healing stages (inflammation, proliferation and maturation). Int J Mol Sci. 2021;22(2):1â20.
3. Huang C, Murphy GF, Akaishi S, Ogawa R. Keloids and hypertrophic scars: Update and future directions. Plast Reconstr Surg. 2013;1(4):1â7.
4. Junker JPE, Kratz C, TollbĂ€ck A, Kratz G. Mechanical tension stimulates the transdifferentiation of fibroblasts into myofibroblasts in human burn scars. Burns. 2008;34(7):942â6.
5. Kuehlmann B, Bonham CA, Zucal I, Prantl L, Gurtner GC. Mechanotransduction in Wound Healing and Fibrosis. J Clin Med. 2020;9(5):1423.
6. Wong VW, Paterno J, Sorkin M, Glotzbach JP, Levi K, Januszyk M, et al. Mechanical force prolongs acute inflammation via Tâcellâdependent pathways during scar formation . FASEB J. 2011;25(12):4498â510.
7. Khan KM, Scott A. Mechanotherapy: How physical therapistsâ prescription of exercise promotestissue repair. Br J Sports Med. 2009;43(4):247â52.
8. Zhang Y ting, Li-Tsang CWP, Au RKC. A Systematic Review on the Effect of Mechanical Stretch on Hypertrophic Scars after Burn Injuries. Hong Kong J Occup Ther [Internet]. 2017;29:1â9. Available from: